Pelgrims te paard
De weg naar Santiago de Compostela
Al eeuwenlang is Santiago de Compostela een pelgrimsoord. In navolging van de vele pelgrims die vroeger te paard de routes naar het graf van de apostel Jacobus volgden door Duitsland, België, Frankrijk en Spanje, hebben wij (Jeannette en Margriet) van 31 maart tot 28 juli 2006 te paard deze pelgrimstocht gemaakt om geld in te zamelen voor de Maartenshoeve in Nijmegen.
Vroeger legden deze pelgrims vaak een deel van hun pelgrimage te paard af - of met ezel, muildier, koets, etc. In oude geschriften werd hen daarbij aangeraden om het eerste en laatste deel van de tocht te voet af te leggen. Tegenwoordig moet je, om een officiële pelgrimsoorkonde te krijgen, minimaal 100 km aansluitend met paard afgelegd hebben, en moet die 100 km eindigen in Santiago de Compostela. Wij reisden, zoals pelgrims vroeger deden, 'vanuit huis' naar Santiago de Compostela, een afstand van ongeveer 2500 kilometer.
De route
De route voerde ons eerst over het Jacobspad, een historische pelgrimsweg in de grensstreek van Nederland en Duitsland, naar Maastricht. Via België en Noord-Frankrijk ging de tocht naar Vézelay, waar we aansluiting vonden op één van de vier Chemins de Saint Jacques (de rode route op de kaart); oude pelgrimsroutes die ook nu nog veel belopen (en gefietst) worden, en waar reizigers onderdak kunnen vinden in speciale pelgrimshostels. Vervolgens zijn we vanwege tijdnood met auto en trailer de Pyreneeën overgegaan om via de Camino del Norte, op de kaart de blauwe route langs de kust, in Santiago de Compostela te arriveren, waar de apostel Jacobus begraven zou liggen. Aansluitend zijn we nog even door naar zee gereden (met de auto), als zovele pelgrims voor ons, naar Finisterre: het einde van de wereld. Uiteindelijk hebben we ongeveer 1850 kilometer te paard of te voet met pakpaard afgelegd.
Het reisplan
Op 31 maart 2006 vertrokken we met drie paarden vanuit de Maartenshoeve in Nijmegen. In verband met het hoge eiwitgehalte van het groeiende gras is het voorjaar de beste tijd om met paarden te reizen - ze kunnen dan voldoende energie uit het gras halen om uren te kunnen lopen.
We wilden zo veel mogelijk als de oude pelgrims op pad gaan: zonder van tevoren gedetailleerd uitgestippelde routes en overnachtingen, maar wel op basis van een goede voorbereiding (zie ook De voorbereiding). Waar pelgrims vroeger hun paarden goed konden stallen bij hun logies, moesten wij in het moderne Europa extra voorzorgmaatregelen nemen om de paarden gezond te houden: we hebben speciaal krachtvoer voor de paarden vooruit gestuurd naar adressen langs de route, en namen tot Zuid Frankrijk een pakpaard mee voor het verdere vervoer van het voer. Dat betekende dat we elke 6 dagen een plek wisten waar we konden overnachten en een dag rust zouden nemen. De andere avonden moesten we nog een overnachting regelen, ergens waar de paarden konden eten en rusten: boerderijen, maneges, pensionstallen, etc. Dat ging tot Spanje meestal vrij makkelijk!
We stuurden niet alleen voer maar ook we gedetailleerde kaarten van de route en reservemateriaal vooruit. We namen alles wat we nodig dachten te hebben mee in zadeltassen; elk paard kan circa 20% van zijn gewicht dragen; de ruiter daarbij inbegrepen. Dit betekent dat we licht bepakt waren, en afhankelijk waren van wat we onderweg tegenkwamen. Meerdere keren hebben we spullen die we niet of nauwelijks gebruikten naar huis gestuurd; toen het warmer werd kon bijvoorbeeld de winterkleding weg. En toen het derde paard naar huis ging, moesten we extra kritisch zijn op de spullen die we mee wilden nemen! We namen ongeveer 15 kilo per persoon mee in twee zadeltassen; en dat inclusief paardenvoer! We waren lichter bepakt dan sommige wandelaars...
Omdat we een pakpaard meehadden met zo'n maximaal 50 kilo bagage op de rug (als we net weer een zak voer van 25 kilo hadden), hebben we voornamelijk gestapt. We legden gemiddeld zo'n 25 km per dag af, en reden meestal 6 dagen per week, maar we hebben ook drie keer ongeveer een week gewacht tot zieke paarden weer beter waren, en moesten daarna natuurlijk weer rustig opstarten. Waar nodig konden we extra rust inlassen voor paarden en ruiters, omdat we enkele weken speling in ons plan ingebouwd hebben. Helaas is die speling opgesoupeerd door de zieke paarden en zijn we ruim een week in Frankrijk gestopt om vervoer naar Spanje en naar huis te regelen.
Uiteindelijk hebben we gekozen voor een alternatieve, koelere route door Spanje. Temperaturen op de traditionele Camino Frances kunnen oplopen tot 50 graden - en dat trekken onze koudbloed Norikers niet echt. De Camino del Norte langs de kust was koeler, groener (overal voldoende gras) maar wel heuvelachtiger - geen probleem voor onze bergpaarden!
|