We zijn er!
Gebruiksaanwijzing weblog
Heel simpel: je leest onze weblog door hieronder te kijken; per etappe vertellen we je hoe het ons vieren vergaat (maar wel van achteren naar voren: het laatste traject staat bovenaan). Als je het reisverslag liever in de normale volgorde leest: klik op de verschillende categorieën aan de rechterkant van het scherm. Het eerste deel van het reisverslag vind je dan onder bijvoorbeeld de categorie Nijmegen - Roermond, etc. Een kind kan de was doen...
Meestal staan er foto's bij de tekst (soms lukt het niet om ze te plaatsen). Daarnaast vind je foto's onder het kopje foto's onder het tabblad 'De Reis'. Die vind je door even op 'Home' te klikken en dan de muis opnieuw op 'De Reis' te zetten. Daarna kun je op ' De fotos' klikken (sorry, maar het programma werkt nu eenmaal zo).
Veel leesplezier!
Margriet en Jeannette
14-04-2006 |
Auteur: admin | Categorie: Algemeen
22. Tinkie en Tessa geadopteerd!
Stichting Paard en Kracht heeft Tinkie en Tessa, twee toppers van de Maartenshoeve, geadopteerd! Met onze trektocht naar Santiago de Compostela hebben we E 6000,- bij elkaar gereden. Met hulp van heel veel sponsors en donateurs. Allemaal heel erg bedankt - de kinderen van de Maartenshoeve zijn erg blij dat ze op deze twee lieve, brave paarden kunnen blijven rijden.
Op de foto zie je links Anneke Beerendijk van de Maartenshoeve en rechts Jeannette en Margriet.
03-11-2006 |
Auteur: admin | Categorie: Algemeen
21. Naar het einde van de wereld... en naar huis!
Nijmegen, 9 augustus 2006
We zijn weer thuis, sinds donderdagochtend 3 augustus. Vrijdag 28 juli bereikten we Santiago de Compostela, daarna reden we met de geleende bus naar Finisterre als afsluiting van onze tocht, en daarna reden we naar huis.
Liesa en Roos staan al een paar dagen lekker van de reis uit te rusten op de wei in Groesbeek, en maken het heel goed. De geleende trailer lag zo stabiel achter de geleende bus dat ze zelfs de derde nacht nog graag de trailer instapten. Want daar hing lekker hooi! Geen problemen dus met laden en rijden.
Doordat Margriet en Marianne (Jeannette heeft geen trailerrijbewijs) `s nachts reden, 3 nachten lang, hebben we geen files en andere problemen gehad. Het reed geweldig - de bus was heel comfortabel (languit liggend op de achterbank kon één van ons drieen slapen), de trailer lag er als een huis achter, de wegen waren rustig, en gepraat en gallicische muziek verdreven de tijd. De derde dag hebben we wel een hotel gezocht omdat we na 2 nachten doorrijden toch wat moe begonnen te worden. Vandaar ook dat we nog niet overal onze neus hebben laten zien. We moesten een paar dagen bijkomen van de terugreis en weer wennen aan Nederland...
Excuses daarvoor aan alle familie, vrienden, sponsors, donateurs, vrijwilligers, medereizigers en andere bekenden die we nog niet hebben gezien of gesproken! En héél veel dank aan al deze mensen die onze reis mogelijk hebben gemaakt, met financiele ondersteuning, praktische adviezen, logistieke hulp, en prettig gezelschap. We kunnen jullie niet allemaal bij name noemen, maar we zijn iedereen diep dankbaar. De wereld zit vol met aardige mensen, heeft deze reis ons geleerd. Dank, heel veel dank!
Maar nu dan de laatste episode uit ons reisverslag:
Santiago de Compostela - Lavacolla en retour, zaterdag 29 juli, dag 121
Marten en Jan-Wiebrand vertrekken al vroeg richting Finisterre, de rest (Marianne, Martine, Charles, Jeannette en Margriet) doet het wat rustiger aan en gaat na een uitgebreide ontbijt- en wassessie Santiago in. Jeannette en Margriet gaan - met Marianne - allereerst naar een internet-café om het korte berichtje over onze aankomst in Santiago verder uit te werken. Daarna op naar de kathedraal voor de pelgrimsmis. Helaas, te laat, we zijn verkeerd geinformeerd over de starttijd... Morgen dan maar, maar Martine en Charles waren er wel bij en hebben gehoord dat onze aankomst, naast die van vele medepelgrims, bekend gemaakt is. In de kathedraal wordt dagelijks voorgelezen hoeveel pelgrims uit verschillende landen in de afgelopen 24 uur hun certificaat hebben gehaald, en wij hebben onze eigen "aankondiging" dus gemist. Jammer.
We hebben nu alle tijd om de kathedraal te bekijken. Margriet herkent hem nog van 17 jaar geleden toen ze er als studentje op interrailvakantie was. Nu is ze er als gecertificeerd pelgrim, en mag ze het pelgrimsritueel volgen; bij de hoofdingang staat een beeld waar de pelgrim zijn handen in gaten en zijn hoofd op het hoofd van het beeld legt, waarna je je hand op de ingesleten hand op pilaar ernaast legt, en bij het weglopen nog even over het hoofd van een tweede beeld aait. Jeannette voelt niet veel voor dit wat toeristische ritueel, en zoekt liever een rustige plek om even alleen te zitten. Daarna branden we samen een kaarsje voor het beeld van Sint Jacob op zijn paard. De mythe is dat Jacob bij de verovering van Spanje op de Moren (toen hij dus al heel lang dood was) op een schimmel gezeten voor de troepen uitgereden en meegestreden heeft. Daarna branden we kaarsjes voor alle mensen die ons dat gevraagd hebben en voor alle mensen die ons geholpen hebben, op wat voor manier dan ook. Tenslotte legt Jeannette het steentje dat Anneke (onze eerste voerverdeelster in Spanje) haar op het strand in Miono gegeven op de drempel van de nis in de kathedraal. In de kathedraalswinkel gaan we op zoek naar aandenkens en cadeautjes. We spreken ook weer even met Helmut, op weg naar Miraz ontmoet, die vanuit Aken naar Santiago gelopen. Het was goed om iemand - één van de weinigen - te ontmoeten die net als wij vanuit huis op pelgrimsreis gegaan is.
Al snel gaan we met de hele groep naar de bus en het vliegveld om Marten en Jan-Wiebrand op het vliegtuig naar Nederland te zetten. Ze hadden ons graag geholpen met het naar huis rijden van de paarden, maar Marten moet op maandag al weer werken, en we kunnen voor die tijd niet met paarden thuis zijn.
Terug in de stad voor shoppen en eten komen we veel bekenden tegen: Matteo staat al bij de allereerste winkel waar we binnenlopen, her en der komen we spanjaarden en fransen van onderweg tegen, en Jens zit ineens bij paardenfontein. Hij wil morgen met de bus naar Finisterre; wij ook, maar met onze eigen bus, dus kom maar mee. We eten met Martine, Charles en Marianne, brengen hen naar de camping en gaan nog even door naar de paarden. Die blijken de hele dag op stal en niet op de wei te hebben gestaan... Taalproblemen. Gelukkig staat daar nu Gema, de eigenaresse, die gelukkig engels spreekt. Ze mogen meteen op de wei. We jagen ze nog even op - ze moeten bewegen om het risico op spierbevangenheid zo klein mogelijk te maken.
Santiago de Compostela - Finistere
Martine en Charles gaan weer op weg naar huis - nog een heel eind rijden op de motor. Jeannette, Margriet en Marianne pakken de tenten in en gaan naar de pelgrimsmis, en zijn dit keer wél op tijd. Het is een indrukwekkende mis, met veel pelgrims die op de grond zitten omdat het zo vol is. Wij zitten tussen de portugese scouts. Tijdens de mis krijgt Margriet het gevoel dat ze er nu "hoort", dat ze het verdiend heeft om in deze kerk te zitten; niet als toerist (zoals 17 jaar geleden), maar als pelgrim. Voor het eerst niet trots op de paarden, maar ook een beetje op jezelf. Na afloop van de mis zoeken we een rustig kerkbankje op en wisselen onze laatste aandenkens uit. We hebben allebei iets voor de ander gekocht, en wat blijkt: allebei een jacobsschelpje...
Jens zit al bij paardenfontein op ons te wachten met rugzak, gitaar én deensen Theresa en Vivi, en Helmut loopt ook nog even langs.
Nog een laatste gezamenlijke koffie en dan op naar Muxia, een plaatsje aan de Costa del Morte, waar pelgrims heen gaan in verband met de Virgen de la Barca. Het is er mooi en vredig, en we staren heerlijk over het water, maar zonder uitleg (onze Santiago-gidsjes houden op bij Santiago) zegt het ons niet zo heel veel. Wel is het vreemd dat er een paar mensen ónder een rots zitten. Later lezen we over de 3 bijzondere rotsen; eentje zou helende krachten hebben en dat zal de verklaring wel zijn.
Daarna gaan we eindelijk op naar Finisterre (Finis Terrae - eind van de wereld in het latijn), voor velen het echte eindpunt van de pelgrimsroute naar Santiago. Eerst zoeken we eten in het vissersplaatsje Fisterre (Galicisch voor Finisterre) en dan rijden we naar de rots voor de zonsondergang en een overnachting. Jammer dat we de 90 kilometer vanuit Santiago niet hebben kunnen lopen, maar daar hebben we de tijd niet voor.
Finisterre is een plek van oeroude keltische en romeinse rituelen, die later geincorporeerd zijn in de Jacobspelgrimage. Nu is het de plek waar pelgrims hun schoenen achterlaten en kleren verbranden (ééntje heeft recent een bosbrandje veroorzaakt). Wij zitten op de rots, kijken uit over zee en mijmeren over onze reis en leven en dood. Deze plek was voor de Kelten - volgens Leon de survivalbelg - één van de poorten tussen hemel en aarde, een plaats waar geesten naar dodenrijk gaan. Margriet gooit de flintsteen in zee die Jeannette in Noord-Frankrijk voor haar heeft opgeraapt - flint is het materiaal waar men in de steentijd bijlen en pijlkoppen mee maakte.
Met een beker of fles wijn in de hand en een kampvuur van een andere groep pelgrims in de buurt speelt Jens gitaar en zingen we, van Iers, Russisch en Duits tot negro spirituals. Één van de liedjes is een traditioneel scouts afscheidslied - mooi en verdrietig tegelijk. Marianne slaapt in de bus, Jens ergens op een rots, en wij op de stoep van de winkels bij de vuurtoren - uit de wind.
Finistere - Santiago de Compostela - onderweg
Jeannette en Margriet staan op bij het ochtendgloren. Jeannette vind bij zonsopgang hier eindelijk de juiste plek om de beschilderde steen van Do`s moeder, die zijn vader aan haar heeft meegegeven, achter te laten, en de steen die ze van Do zelf heeft gehad krijgt een goede plek. Margriet loopt naar de top van het schiereiland en vind een oude holle weg en meer op rotsen achtergelaten stenen.
Koffie en ontbijt vinden we in het dorpje Fisterre, daarna rijden we via de mooie kustroute terug naar Santiago om Jens op tijd op de bus naar zijn vriendin - nu in Barcelona - te zetten. We doen nog een laatste ronde in Santiago - internet, boodschappen; we voelen ons nu echt toerist en geen pelgrim meer - en dan gaan we richting paarden. We hebben namelijk besloten dezelfde avond nog te vertrekken. Het plan was eerst om in verband met de rijtijdenwetten in Spanje en Frankrijk op dinsdagochtend 6 uur te rijden en 6 uur te rusten, en dan 2x 12 uur `s nachts te rijden, maar wij hoeven met onze bus en trailer niet aan de rijtijdenwet te voldoen! Dan rijden we liever 3x ongeveer 10 uur met 14 uur pauze. Het is beter voor paarden als we `s nachts rijden - koeler, minder verkeer en dus ook minder kans op oponthoud - en dus vertrekken we.
Maar eerst komt nog de ontdekking dat onze paarden op de enige manege in Galicie staan waar met gehandicapten paard wordt gereden. Instructrice en eigenaresse Gema is in opleiding in Madrid, werkt als psychologe vooral met mensen met sociale stoornissen, en is super-geinteresseerd in ervaringen uit Nederland. Ze krijgt de uitnodiging om langs te komen - we wonen tenslotte vlak bij het NCPG in Arnhem en de Maartenshoeve in Nijmegen, waar ze veel informatie over theorie en praktijk van het paardrijden door gehandicapten in Nederland kan krijgen.
En dan: op pad! Margriet heeft ervaring met trailerrijden, Marianne niet maar heeft wel haar trailerrijbewijs, en Jeannette heeft geen trailerrijbewijs. Aan haar dus de eer om de bestuurders wakker te houden... Het komt dus erg goed uit dat er iets fout is gegaan met Marianne's ticket - als ze niet mee terug had kunnen rijden, had ze ook niet naar Santiago kunnen komen.
De paarden laden makkelijk, de trailer blijkt inderdaad ook vol een perfecte combinatie met deze bus te vormen, en we rollen weg. Het eerste stuk gaat over kleinere wegen richting de kust - het volgt op hoofdlijnen de route die we als pelgrims hebben gelopen. Jeannette en Margriet spelen een spelletje: van wie was deze dag? Per etappe besluiten we wie de belangrijkste persoon was die we die dag tegenkwamen, en zo rijden we terug in de tijd, en herinneren ons dingen van weken terug. Een mooie afsluiting van de trektocht.
Santiago de Compostela - Miono - onderweg
Om half acht 's ochtends staan we in Miono, waar we het Spaanse deel van onze tocht zijn gestart. De manege is nog dicht; we laden de paarden uit en laten ze grazen tot om negen uur de poort open gaat. De paarden mogen op stal - lijken de plek te herkennen en zijn meteen rustig. We zoeken eerst ontbijt en pakken dan de bus naar Castro Urdiales - nog even de toerist uithangen. Maar Jeannette en Margriet houden het niet lang vol en gaan weer terug om in de bus te gaan slapen. Marianne heeft `s nachts langer kunnen slapen, languit op de achterbank, en vermaakt zichzelf dus nog even.
We eten een hapje, en laden de paarden tegen negenen weer in. Roos loopt als tweede zonder touw zo de trailer op. Liesa staat er tenslotte al naar haar te hinniken, en er hangt hooi. We vroegen ons af of de paarden wel makkelijk zouden blijven laden, na een lange nacht rijden. Ja, dus! Twee uur later rijden we de grens met Frankrijk over - geen douane of wat dan ook. Onze paardenpaspoorten hebben we nooit hoeven laten zien...
Sobrigny - Chambray en Tours - onderweg
In Frankrijk rijden we een andere route dan we gelopen hebben. Jammer, het was leuk om je al die etappes met bijbehorende mensen te herinneren. Vanaf Bordeaux gaat het richting Parijs, Breda en Nijmegen. Margriet is 's nachts anderhalf uur gestopt omdat zij in slaap dreigde te vallen, en Marianne nog te kort had kunnen slapen. De paarden zijn ineens onrustig. Stilstaan met de trailer - dat kennen ze niet.
Rond Poitiers beginnen we een stal te zoeken. Via Annemarie in Nederland en een toeristeninformatiebureau onderweg vinden we er eentje onder Tours. De paarden mogen eerst op stal en later op de wei. Wij zoeken een goedkoop hotel voor de dag. Bij de bakker halen we wat broodjes en daarna crashen we op bed. Vijf uur later wordt Margriet wakker, zet de paarden op de wei, en krijgt gratis hooi van een vriendelijke veevoederboer, met Nederlandse vrouw en een hart voor avonturiers te paard. Jeannette en Marianne zijn ondertussen ook weer wakker.
Eerst shoppen voor eten onderweg en typisch franse producten zoals Comte-kaas en schoolkrijt-drop. Ja, echt! Daarna blijken de leuke lokale eettentjes vol te zijn en eten we bij de Pizzahut. Ook lekker. De paarden staan om 10 uur weer op de trailer - weer zo makkelijk laden - en we gaan op naar Parijs. Daar rijden we om drie uur `s nachts nog even verkeerd bij een omleiding (de bordjes zijn weer goed verstopt) en even later zitten we op de rondweg. Geen file te zien, gelukkig.
Onderweg - Groesbeek / Nijmegen, donderdag 3 augustus, dag 126
Rond Antwerpen wordt het iets drukker - het is spitstijd - maar alles blijft soepel doorrijden. Tegen 10 uur `s ochtends staan we bij boer Jan in Groesbeek voor de deur. Liesa heeft hier al eerder een maand gestaan, Roos kent het minder goed, maar beiden stappen braaf de laadklep af en de wei in.
Om onze thuiskomst te vieren drinken we onze sidra, appelcider uit Spanje, met Jan, Annemie en Annemartien aan de keukentafel.
De cirkel is rond - van koffie bij Jan op onze eerste dag naar sidra op onze laatste. We hebben het gered. De paarden zijn gezond na zo`n 1850 kilometer lopen, en wij zijn slanke dennen na de vele kilometers die we mee hebben moeten lopen. Nog even de trailer afleveren bij manege de Horst, Joli Femme - ons andere paard - en alle manegemensen gedag zeggen, en naar huis en naar bed.
07-08-2006 |
Auteur: admin | Categorie: Algemeen
20. We zijn er!
Santiago de Goiriz - Vilalba en retour, zondag 23 juli, dag 115
Voor het eerst in een week hebben we een dag vrij en slapen we een beetje uit. De paarden staan tenslotte op een prima wei. Niet dus. Als Margriet gaat voeren, komt een geagiteerd boertje naar haar toe; de paarden moeten van de wei, er moeten jonge koeien in! Daar gaan we weer. Het blijkt toch niet goed afgesproken te zijn en dus moeten we weer iets zoeken. Gelukkig gaat dat heel snel. Via de bar om de hoek hebben we binnen 10 minuten een nieuwe wei aan de overkant.
Daarna liften we naar Vilalba om het internet bij te houden en ontmoeten daar voor de tweede keer duitse Jens die met een 70 jaar oude, zwitserse rugzak en gitaar loopt.
Terugliften lukt niet. In Frankrijk is het liften toch gemakkelijker, maar gelukkig is het niet ver.
Goiriz - Baamonde
Het is prettig, makkelijk dagje. Dat mag ook wel eens een keer. De route is goed aangegeven, er zijn geen heuvels en de 23 km leggen we snel af. Om 4 uur zijn we al bij de mooie herberg, waar we meteen op zoek gaan naar een plek voor de paarden. Dat valt tegen. We mogen ze overal vastbinden, maar een wei (afgesloten) is er niet. Zegt men... Na twee uur zoeken met de mensen van het dorp, besluiten we zelf op zoek te gaan. In het eerstvolgende dorp vinden we Pepe die meteen een wei voor ons heeft en waar de paarden erg lekker staan; groen gras, beekje, schaduw, wat wil een paard nog meer.
De herberg zit goed vol. Hier in Spanje in de scouting schijnbaar erg populair. Terwijl wij gazpacho eten, vermaakt Jens zichzelf door de scouts gitaar te laten spelen en te zingen. Ook een deense mengt zich in de groep. Om elf uur worden we allemaal door de hospitalera naar bed gestuurd. Strenge dame.
Baamonde - Miraz
Om 5 uur maken de eerste lopers zich alweer op om te vertrekken. Kunnen ze dat niet stiller doen?! Om 6 uur staan we zelf op, halen de paarden en om 7 uur vertrekken we, samen met Jens. Die wil wel een dagje 'paard' meemaken. Het is een mooie route met veel slingerend zandpad en veel medelopers, die we nog vaker tegen zullen komen. Jens houdt het vol om in het tempo van de paarden te lopen, maar moet wel af en toe rusten om zijn schouders te ontlasten. Hij draagt zo'n 30 kilo, waaronder die gitaar in zijn armen.
We zijn vroeg bij de albergue, waar we warm worden onthaald door 3 ierse hospitalera's. Even later staan onze paarden bij Fina op de wei, een licht gehandicapte vrouw die ons heel graag helpt. Wij trekken een matras van de zolder van de albergue en ontspannen in het zonnetje met ierse en gallicische muziek op de achtergrond. Het leven is zo slecht nog niet. Die middag regelen we een trailer; de auto was al geregeld. De neef van Margriet, Marten, komt met zoon, bus en van Ingeborg´s Animals geleende trailer naar Santiago en vliegt terug. Wij rijden onze paarden zelf terug naar huis. Dat voelt goed.
's Avonds drinken we een wijntje met de twee deense vrouwen, Theresa en Vivi, filosoferend over fondsenwerving - zij maken de tocht om geld in te zamelen voor een cliniclown - en de spirituele kant van de tocht.
Miraz - Sobrado dos Monxeis
Het wordt weer een relatief korte wandeling, rond de 20 km. Vandaag gaan we over de hoogste passen van de tocht. Maar omdat we al hoog zitten, valt de klim wel mee. We lopen door een natuurpark met hei en 'whalebacks', grote rotsblokken van graniet. Erg mooi.
Wat deze dag voor Margriet speciaal maakt, is een pelgrimsritueel. Bij vertrek heeft ze een steentje van haar neefje Yannick gekregen. Op de Camino Frances laten pelgrims op de hoogste pas hun steen achter. Hier is de pas niet speciaal genoeg - gewoon asfalt. Vlak voor Sobrado passeren we een mooi meer. Daarin ligt nu een stukje Groesbeek.
Bij het klooster in Sobrado moeten we even wachten tot de monniken uit de dienst komen. Monnik Francisco vraagt de pachter van land van het klooster of de paarden in de wei mogen. Dat mag en we zetten ze er meteen in. Oeps! Verkeerd begrepen. De koeien moesten er eerst uit. Nu galopperen er een paar achter de paarden aan en straks geven ze geen melk! Een ongeruste monnik is het gevolg. De boer heeft gelukkig nergens last van. Even later staan de koeien binnen en de paarden lekker buiten.
Als pelgrim wonen we de dienst van de monniken bij. Ze zingen mooi en we vallen een klein beetje in slaap. Een van de monniken zelf ook.
Sobrado dos Monxeis - Santa Irene
Het regent! Als de paarden opgezadeld zijn voor vertrek, komt het met bakken uit de lucht. Dan maar eerst even ontbijten. Als de regen ophoudt, vertrekken we richting Arzúa. Halverwege komen we erachter dat er een andere route is die de afstand naar Santiago met 7 km verkort. Daardoor kunnen we nu in 2 dagen naar Santiago gaan, in plaats van 3. We kiezen voor deze route met 2 lange, rechte asfaltwegen.
Na 30 km, om 7 uur 's avonds, staan we ineens op een lege Camino Frances. Als we nog 3 km doorgaan, komen we bij een herberg met wei. Maar die valt tegen - droog, niet afgesloten en in gebruik als openbaar toilet van de albergue. Om de hoek vinden we zelf een mooie illegale wei. De dorpelingen kunnen ons niet vertellen wie de eigenaar is. Dus zetten we de paarden en de tent zonder toestemming in de wei. Na een douche in de herberg komen we Hongaar Matteo tegen, ook een pelgrim uit Miraz, en eten met hem een hapje.
Santa Irene - Santiago de Compostela / Teo / Monte de Gozo, vrijdag 28 juli, dag 120
Het is nog maar 20 km naar Santiago! Onze laatste dag. Ineens. We staan vroeg op in een mistige wei, maar verliezen tijd omdat een bakstuk van Roos haar halster weg is. Na lang zoeken vinden we het ding - het ligt gewoon bijna op het pad en het brons glinstert in de zon. Hoe hebben we het over het hoofd kunnen zien?
Het voer van de paarden ligt in O Pino. Ze eten hun brokken op de stoep terwijl wij ontbijten. Wat een drukte op de Camino Frances. Die dag is er weinig water en groen gras voor de paarden. Dat hebben we nog niet eerder zo meegemaakt. Het is hier echt droger. We zijn weer blij dat we voor de Camino del Norte hebben gekozen. Als ware bezienswaardigheid worden we vaak gefotografeerd en willen mensen een praatje met ons maken.
En dan eindelijk Santiago de Compostela in. Op de Monte de Gozo heb je voor het eerst uitzicht op de stad. Dat valt ons wat tegen; we zien geen torenspitsen van de kathedraal, maar alleen bomen en daken. Meer voor de show laten we ons fotograferen voor het (in onze ogen) lelijke monument op de berg. Jammer, dit had een veel mooiere, indrukwekkender plek kunnen zijn. We lopen maar snel door.
Door smalle, drukke en gladde binnenstad-straatjes en steegjes gaat het richting kathedraal en Compostelarium. De stad is leuk! In het kader van onze traditie, verdwalen we nog één keer (we worden de verkeerde kant uitgestuurd) en lopen dwars door een van de belangrijkste winkelstraten met de paarden in ons kielzog voordat we bij de paardenfontein en de kathedraal staan. De paarden kunnen de trappen niet op - we lopen om en luisteren niet naar de man die ons zegt dat er een festival is en het te druk is voor de paarden. Naar de kathedraal! En het is er ook niet druk. Er staat een stellage, maar er treedt niemand op.
We maken foto's en langzamerhand druppelen familieleden en vrienden (van Margriet) binnen. Neef Marten met zoon Jan-Wiebrand, zus Martine met vriend Charles en vriendin Marianne (in volgorde van binnenkomst in Santiago). Die hebben zich allemaal moeten haasten, omdat we een dag eerder hier zijn dan gedacht! Wel grappig dat we hier allemaal op een andere manier zijn gekomen: auto, motor, vliegtuig en paard. Het is goed om ze hier te zien, maar we zijn eigenlijk blij dat wij gewoon met zijn vieren (wij en de paarden) bij de kathedraal in Santiago zijn aangekomen. Het is géén feestelijke intocht zoals bij de Vierdaagse; het is toch iets meer privé. "De weg is belangrijker dan het einddoel", maar aankomen in Santiago na zo´n 1850 kilometer te paard en te voet met pakpaard is een heel bijzondere ervaring. We zijn daarom blij dat we even tijd voor onszelf hebben en dat we daarna het bezoek kunnen verwelkomen.
Gelukkig heeft het bezoek ervaring met paarden. Het duurt namelijk anderhalf uur voordat wij met Hongaar Matteo (die voor ons in de rij blijkt te staan) het loket van het kantoor van het Compostelarium hebben getrotseerd en het bewijs in handen hebben dat wij deze tocht als ware pelgrims hebben afgelegd - en dat al onze zonden zijn vergeven. De enige zonde die overblijft, is dat we onze paarden op het plein van de kathedraal voeren en dat mag niet... Begeleid door 2 strenge politiemannen, verlaten wij het centrum van de stad. Liesa laat uit protest nog een grote hoop mest achter vlak voor de hoofdingang van de kathedraal.
Even later staan de paarden op de trailer en rijden we naar Teo, 8 kilometer verderop, waar stal en wei wachten. Hier mogen ze een paar dagen bijkomen voordat we ze naar huis brengen.
Met 3 tenten staan we op de camping en met z'n zevenen gaan we uit eten in de stad. De toast is vanavond 'To the horses', zoals de zweedse cavaleristen deze uitbrengen. Wat een prestatie hebben die geleverd! Niemand heeft hun gevraagd of ze zin hadden om naar Santiago de Compostela te lopen, maar ze hebben het, ondanks ziektes, toch maar mooi gedaan. Elke dag weer kwamen ze naar ons toe als we ze van de wei haalden om weer op pad te gaan. Elke dag weer droegen ze ons en onze bagage een stukje richting Santiago. En dat - bijna altijd - met de oortjes vooruit.
Santiago de Compostela
We zijn gisteren, vrijdag, één dag eerder dan gedacht in Santiago de Compostela aangekomen. Wandelend en wel, zoals de traditie wil. De laatste loodjes wogen niet het zwaarst, maar moe zijn we wel. En kilo's lichter dan 4 maanden geleden.
De paarden daarentegen zijn eerder zwaarder, met name Liesa, die nog steeds een beetje te dik is en blijft. Veel spieren en een lekkere grasbuik. Waar we vooral trots op zijn is dat Roos zo gezond hier binnen is gewandeld - revalidatie op de Camino! Ze glanst volop, heeft appeltjes en weer energie genoeg voor een drafje bergopwaarts, en hield ook de 33 kilometer wandelen op de één-na-laatste dag zonder problemen vol.
En wij? Moe maar voldaan. Geen euforie, wel heel veel plezier en een tevreden gevoel, maar de weg was dan ook belangrijker dan de bestemming.
29-07-2006 |
Auteur: admin | Categorie: Algemeen
19. Ho maar! Easy does it
Aviles, zondag 16 juli, dag 108
Dag van vertrek uit Aviles. De dierenarts heeft ons plan voor de revalidatie van Roos goedgekeurd: niet bepakken, niet rijden en de kilometers per dag langzaam opbouwen. Daarom komt er vanavond een trailer, om de eerste twee etappes - beiden rond 30 kilometer - over te slaan.
Maar eerst moet de was drogen! Die blijft in de albergue hangen als we 's ochtends de bagage de berg op sjouwen, naar de paarden. Terug in de stad blijken de winkels dicht (zondag, natuurlijk) en is helaas ook het internetcafé dicht. Gelukkig biedt een sjiek hotel soelaas; daar mogen we achter de receptie rustig werken. Nog even uitrusten in het park en dan door naar de paarden waar we om 7 uur opgepikt zullen worden.
We zijn er ruim op tijd, en 2,5 te laat komt de trailer dan eindelijk, met gestresste eigenaresse Ayesa. In de tussentijd vangen Juan en zijn vrouw ons op met koffie en chorizobrood. Juan heeft vier stekken staan - flinke takken - die Liesa met haar kont los geschuurd heeft. De stekken zijn naar ons vernoemd (de grootste is Jeannette - Juanita voor Juan - en de kleinste is Liesa) en worden in de wei geplant. Lief hé!
Maar goed, de trailer is dus uren te laat en de auto blijkt aan de lichte kant (eigenlijk zijn onze paarden te groot - groter dan Ayesa verwacht had). Heel langzaam maar gestaag rijden we de 60 kilometer naar Cadavedo en zijn blij als we eindelijk arriveren. Onze nieuwe gastheer Coque heeft 2 stallen staan die Ayesa resoluut afkeurt; wij zijn het er mee eens maar zijn blij dat zij regelt dat er een weitje komt! Coque moet aan zijn mama vragen of hij de achtertuin om mag bouwen tot wei. Moeder en zoon zijn gelukkig erg lief en zorgen goed voor ons. We kamperen op het erf en mogen gebruik maken van douche en toilet.
Cadavedo - Almuña
Eindelijk weer op pad! Er staat 15 kilometer op de planning, wat al aardig wat is voor een herstellend paard. Het is een warme dag, met koele nevel vlak langs de kust. De kustpaden zijn mooi maar de beloofde gemarkeerde kustroute is niet te vinden. We volgen de pelgrimsroute maar weer trouw, maar zelfs de gele pijlen missen op kritieke punten. Daardoor maken we toch weer ommetjes en wordt de dag toch weer langer dan gedacht én gewenst.
Maar Roos doet het goed. Langzaam aan, maar ze stapt door. Liesa draagt bijna alle bepakking; Roos alleen een zadel en voortasje. Bergop merk je dat ze wat buiten adem raakt, en af en toe stopt ze om te rusten. Wij passen ons tempo uiteraard aan de hare aan, en zo vorderen we gestaag.
In Almuna ligt er een zak voer in de herberg. De buren komen blij vertellen dat we de paarden op hun stukje wei mogen zetten. Helaas is dat maar zo'n 10 vierkante meter! Met hulp van de Colombiaanse herbergier hebben we even later de keus uit 2 weides. Zo staan ze tevreden naast de wei van een grote, oude Percheron en kunnen wij snel eten en naar bed.
Almuña - Piñera
Het afscheid van de Percheron blijkt zwaar; zowel Liesa als Roos zijn verliefd en hinniken lang na. We hoeven maar 12 kilometer, maar het wordt toch weer een lange dag. We doen het rustig aan, stoppen vaak, maar zijn daardoor nog lang onderweg.
De eerste stop is Luarca, voor koffie, een broodje en boodschappen. Mooi stadje in een kloof aan zee, aan de monding van een riviertje. Roos heeft al weer meer energie, merken we als we het stadje uitklimmen. Ze is nauwelijks buiten adem; we zitten dus op de goede weg met revalideren.
Onderweg haalt de Fin ons in - Jeannette heeft hem eerder gesproken in de herberg in Aviles. Hij staat om half zes op en loopt 30 kilometer per dag; hij is dus al vaak om 2 uur in de herberg. Iedere pelgrim heeft zo zijn eigen ritme. 's Avonds slaapt hij in dezelfde herberg als wij. Aparte maar interessante man.
Eerder heeft de herbergierster beloofd dat de paarden achter haar huis kunnen staan - nu blijkt dat aan een touw te zijn! Dat doen we dus niet. We vinden zelf een oud, onbewoond huis met ommuurde tuin en heel veel gras en onkruid. Daar mogen ze staan als de boel met touwen goed afgesloten kan worden. Dat lukt, de herbergierster komt met water en hooi en de paarden staan weer goed voor een nacht. Wij eten lekker bij de herbergierster in de salon en moeten een handtekening zetten op haar kopie van ons krantenartikeltje. Het ding wordt geplastificeerd en opgehangen!
Piñera - Tol, woensdag 19 juli
De eerste dag voor Roos met meer kilometers: zo'n 22 naar de volgende herberg. Het voornemen is om zo efficiënt mogelijk te lopen en geen tijd te verliezen met ommetjes. Na een kopje koffie en ontbijt op de stoep van een café in Navia kachelen we verder snel dwars door de stad heen en de brug over.
Het eerste deel van de route is niet bar interessant - veel vlak langs de grote weg, over kleine parallelwegen. Na Navia komt er een splitsing in de routes. We hebben eerder gekozen om voer te leggen langs de zuidelijke variant. Er staat een groot bord bij de splitsing en braaf slaan wij af naar links. Fout, blijkt later. We hadden nog even de kustvariant moeten volgen. De route die we nu volgen is erg mooi, kronkelt leuk door de heuvels maar is ook 3 kilometer langer! Niet gunstig voor Roos (en voor onszelf natuurlijk - we lopen nog steeds).
Het is echt een prachtige route, met vergezichten de bergen in, bossen en landerijen, maar je kunt er nauwelijks van genieten als je beseft dat je om loopt. Jammer!
Om Roos voldoende rust te geven dineren we met een broodje op een weitje. Dat geeft een late aankomst, en dan moet er weer een wei geregeld worden. Bij de ingang van het dorp liggen weides, maar daar mogen we om vage redenen niet staan. De dag ervoor heeft er nog een italiaanse met paard overnacht (op de terugweg van Santiago naar Turijn); zij bond haar paard wél aan een boom. Waarom kunnen die van ons dat niet? De herbergierster doet haar best om ons te snappen; het halve dorp loopt uit en we maken een weitje mét extra voer van de boer aan de overkant. Het is toch weer gelukt. En wij slapen beroerd vanwege de muggen.
Tol - Sante
Gebroken na een bijna slapeloze nacht staan we in het halfdonker om half zeven de paarden te poetsen. Het zou een warme dag worden, dus vroeg weg. In praktijk valt het mee.
De route is mooi en niet zo zwaar, en loopt nu echt het binnenland in langs de baai van Ribadeo. Het gidsje belooft moeilijke stukken; we nemen variantjes en lopen heerlijk door de heuvels over vrij vlakke paden. Onze variant maar doorgeven aan de schrijver? We leven die ochtend op yoghurt en cakejes. Pas in Vegadeo is er ontbijt met koffie - tegen die tijd is het al lunchtijd!
Na Vegadeo is er de keus tussen de grote weg en de berg over. Beiden niet fijn, dus zoeken we weer onze eigen route. Even over de grote weg en dan door kleine dorpen, bossen en heuvels naar Sante, waar Jesús op ons wacht... Met een lekkere wei. Liesa heeft alleen last van een horzel en galoppeert de wei weer uit, Roos met haar mee. Ze hebben dus nog energie over, een goed teken. Ze stoppen braaf op het hofje van de boerderij en staan daar al verder te eten. Met anti-vliegenstick en electriciteit blijven ze wel op de wei.
Jesus brengt ons naar de sportzaal waar we kunnen overnachten - erg vies en gehorig. In het café bespreken we andere opties; tent halen, of slapen in het portaal van de kerk. Dat laatste hebben we nog niet gedaan, en daar kiezen we voor. Paella-etend op het terrasje van het café komt er nog een medepelgrim langs - Leon de belg, die een survivalpelgrimage doet. Hij maakt geen gebruik van herbergen, slaapt in maisvelden en leegstaande huizen, loopt 40 kilometer per dag, en wast zijn ondergoed in publieke fonteinen. Het lukt hem toch er netjes uit te blijven zien! Hij wil tot 10 uur doorlopen en deelt ons kerkportaal dus niet.
Sante - Mondoñedo
Weer vroeg op; om 7 uur haalt Jesús ons op. Dit is trouwens al de derde Jesús tijdens onze reis - we hadden al na de eerste, vlak voor Reims, kunnen stoppen... De nevelige heuvels en bossen in, waar we een uur later onze belg inhalen. Hij loopt tot de lunch met ons mee. We beseffen daardoor weer dat ons tempo, bepaald door de paarden, erg varieert. Roos klimt bijvoorbeeld nog steeds snel, maar loopt nu héél langzaam bergafwaarts?! Onderweg hebben we interessante gesprekken met belg Leon, een man die ons toch wel aan het denken zet over allerlei onderwerpen.
Het ontbijt komt pas in Trabada; er staat zowaar een balk waar je paarden aan vast kunt binden zodat je binnen kunt gaan zitten. Wat een luxe; niet meer meegemaakt sinds de Meinweg!
Het is - weer - een mooie route, maar we zien zo weinig van de heuvels in de nevel. Gelukkig maar, want het is niet zo warm, wat prettig is voor de paarden. We lunchen op de top van een heuvel, waar de paarden hun draai niet kunnen vinden. Na een onrustig uur grazen en weglopen voor horzels besluiten we te gaan. Terwijl we de tassen inpakken, vallen Liesa en Roos ineens in slaap en besluiten we dus nog maar even te blijven staan. Ze zullen het wel nodig hebben, zou Jeannette's moeder zeggen. Daarna is Roos weer een beetje de oude Roos; ze mag loslopen en 'huppelt' bijna naar beneden. Vanaf dat moment zien we dat ze meer energie heeft; ze maakt drafjes en kijkt attenter om haar heen. Gelukkig maar.
De volgende stad slaan we maar over; dat scheelt een paar kilometer omlopen. Weer een mooie variant op de route gevonden. Het laatste stuk is prachtig; oude holle wegen en bospaden. Bij de kathedraal van Mondoñedo staat belg Leon ons op te wachten met de belofte van een ijsje. Met de paarden voor de neus en de halve stad om ons heen zitten we op de trappen uit te rusten van weer een lange dag.
Bij de albergue jatten we een wei; we kunnen geen eigenaar vinden en hangen dus een briefje op. Ze staan er prima, met water uit een curver-wasmand uit de albergue. Eten in de stad en met oordopjes naar bed want de herberg ligt vol met duitsers.
Mondoñedo - Santiago de Goiriz, zaterdag 22 juli, dag 114
Weer vroeg op; het is koud! Strak blauwe lucht met veel wind en een bijzonder mooie route. Hebben we al gezegd dat het hier mooi is? We klimmen het dal van Mondoñedo uit via een prettig langzaam stijgende weg en een steil pad. Zo kom je op een hoogvlakte, waar de route om de grote weg heenslingert. De paden zijn heel prettig, veel zandpaden en geen asfalt. Veel boerderijen, kleine dorpen en velden, die overigens droger worden. En een oude middeleeuwse brug, al lang in gebruik door boeren, burgers en pelgrims. Onderweg lopen er meer pelgrims, van vrolijke spanjaarden tot een irritant-verliefd stelletje.
We joepen weer wat weitjes, nemen onze tijd en komen zoals besproken met de volgende gastheer om half acht aan in Goiriz. En dan loopt het weer anders dan gedacht. We hadden gevraagd om een afgesloten wei en krijgen eerst een krottig schuurtje aangeboden (die Liesa in een mum van tijd afbreekt), daarna vet gras rond bomen waar we ze aan vast moeten binden, en tenslotte mogen we op de hele grote wei ernaast. Wij blij, totdat er een boze mevrouw onze gastheer uitkaffert, en we weer weg moeten. Waarom? Zo goed is ons spaans niet! Gelukkig ligt er vlak naast de hostal van onze gastheer nog een wei waar we mogen staan. De paarden gelukkig, en wij ook.
23-07-2006 |
Auteur: admin | Categorie: Algemeen
18. En daar is de dierenarts weer...
Aviles, dinsdag, dag 103
De dierenarts staat weer vroeg op de stoep bij de paarden met nieuw antibioticum. Roos heeft nog steeds verhoging en hij vermoedt dat ze piroplasmose heeft. Hij geeft alvast een eerste injectie ertegen. Bij Truska was er ook al een vermoeden dat ze piroplasmose had - het is een ziekte die in Frankrijk en hier veel voorkomt en overgedragen wordt door teken. Kleine eencelligen in de rode bloedlichaampjes zorgen voor hoge koorts en bloedarmoede.
Jeannette en Do vertrekken richting bergen en eindigen in het natuurpark Somiedo. Erg mooi park, trouwens! Heel veel bergwandelaars en andere toeristen. Er is zelfs een manege die gewoon paarden meegeeft. Er lopen zelfs paarden los over straat, die net als de koeien loslopen in de bergen.
Margriet blijft lekker in Aviles en doet de broodnodige boodschappen (haar dunne overhemd is door bramen kapotgescheurd), zit aan de weblog en zet foto´s op de site, en geeft Roos haar medicijn.
Aviles
Weer vroeg de berg op met Do's bakje omdat de dierenarts weer komt. Hij spuit weer antibioticum, maar neemt ook bloed af voor bloedonderzoek. Roos heeft nog steeds verhoging.
We ontbijten met zijn drieën in Salinas, maar een strandontbijt zit er niet in; alles is nog dicht. En het is nog wel hoogseizoen?! Gelukkig heeft de bar koffie en broodjes. Daarna rijden we naar de grote winkel el Corte Ingles (een soort Bijenkorf, maar dan nog groter) in een buitenwijk. Lekker shoppen voor shirts, en ook parfum opspuiten. Ruiken we weer eens naar iets anders dan naar paard.
Do gaat zich opfrissen in het hotel terwijl wij verder shoppen. Wij lopen daarna de stad door naar de paardenwinkel en naar Roos, om haar haar medicijn te geven (moet nu elke paar uur). We gaan 's avonds gezellig samen met Do eten in het studentenkwartier van Salinas.
Aviles - Vilalba
Daar is de dierenarts weer, dit keer met de uitslag van het bloedonderzoek; Roos heeft bloedarmoede en dat wijst sterk op piroplasmose. Ze krijgt daarom iets tegen piroplasmose, antibioticum en een ijzerinjectie tegen de bloedarmoede. En dat laatste valt niet goed; ze gaat bijna van d'r stokje! Ze draait met haar ogen, staat te wankelen op haar benen, valt bijna om, en de dierenarts rent als een speer naar zijn auto voor de antidote, een middel dat de allergische reactie op ijzer moet stoppen. Twee shots en tien seconden later staat ze alweer hooi te eten... Dit was wel even héél erg schrikken!
Omdat Roos er al snel weer goed bij staat, kunnen we - na goedkeuring van de dierenarts - op pad om een auto te huren om voer op te halen en weer af te leveren. Eerst even bij Do in het hotel langs om te ontbijten, spullen op te halen en afscheid te nemen; hij vertrekt weer richting huis.
Dan op naar Jesus in Lamuno, in de hoop dat hij iemand met een trailer weet. We willen twee etappes overslaan, omdat het twee dagen zijn van rond de dertig kilometer, en dat is wat te veel voor Roos. Als we ons in Cadavedo af laten zetten, is de eerste dag heel licht. Even later is het geregeld: zondagavond worden we naar Cadavedo gereden.
Bij Navia halen we de grote bulk voer op - tig zakjes met 4 kilo die we langs de route gaan verspreiden. Het afgeven van voer is het probleem niet; er zijn genoeg albergues voor pelgrims, maar hebben ze ook afgesloten weides naast de deur? Er is wel veel gras, maar veel`'weides' zijn niet omheind. En onze paarden lopen graag. Hier staan de paarden met touwen vast aan pinnen, en dat willen we liever niet doen met onze paarden. Dat betekent wat meer zoekwerk, maar bijna overal lukt het om een afgesloten wei te regelen. We halen de herberg in Vilalba, maar voelen ons wel wat schuldig als we daar met de auto aan komen rijden. Toch is het geen probleem dat we daar als pelgrim-met-auto slapen. Trouwens, de herbergen in Galicië zien er hier super uit.
Vilalba - Santiago - Aviles / San Christobal
We hoeven nog maar een paar zakken voer af te leveren en hopen vroeg terug te zijn voor Roos. De dierenarts geeft haar weer injecties, voert de paarden voor ons, én stuurt ook nog een sms om ons gerust te stellen dat alles goed is. Ook Juan el Panadero, de eigenaar van de wei, voert en geeft Roos haar medicijn. Wat een schatjes!
Maar dan... Het loopt wat minder lekker dan gedacht, overal moeten we 'even' 2,5 uur wachten totdat we iemand kunnen spreken over weides, dus we laten een zakje voer achter en nemen telefoonnummers mee. In Santiago gaat het zelfs helemaal niet lekker (oh ja: we zijn niet in het centrum geweest en hebben de stad bewust niet bekeken; de 'intocht' met de paarden moet een beetje een verrassing blijven). Een paardendame vraagt ¤ 18 per paard per nacht! Dat doen we dus niet. Terug naar de toeristeninfo waar het vriendelijke meisje veel moeite doet om een andere manege te vinden. Dat lukt; we zetten het voer af en zien mooie stallen en weides. Krijgen zelfs een welkomstkus van de eigenaar...
Snel terug naar Roos en Liesa (4 uur rijden). We komen tegen enen bij de paarden aan en crashen op de veranda van de schuur-op-poten.
Aviles, zaterdag, 15 juli, dag 107
De dierenarts komt voor de laatste keer, en Roos heeft geen verhoging! Helaas heeft hij ook de rekening bij zich. Even schrikken, maar goed, Roos is weer aan de beterende hand. En de hoefsmid komt. Gister gebeld, vandaag staat hij al op de stoep, mét widiapuntjes. Hij maakt er een uitje van (heeft in belgië zijn opleiding gedaan en is blij dat hij met hollandse meiden frans kan spreken), heeft cola en pils mee, en doet er vier uur over... Ook omdat hij de krant belt en die ook meteen verschijnen. We zijn weer eens plaatselijke beroemdheden geworden.
Door naar de albergue, waar bedden zat zijn. Daarna rijden we eerst langs de paarden en leveren dan (met enige moeite en hulp van Juan) een dag te laat de auto in. We wandelen door de stad terug naar de albergue, eten een bescheiden supermarkthapje en duiken vroeg ons bed in - de rest van de zaal ligt al te slapen.
16-07-2006 |
Auteur: admin | Categorie: Algemeen
17. Ziekenboeg!
Gijon, 7 juli, dag 99
Anjo en co gaan kanoën, Jeannette en Dominique gaan naar het nationale park Picos de Europa en ik (Margriet) schrijf dit dagboek. Eerst even bij de paarden langs. Ze staan er goed bij, alleen heeft Roos niet al haar hooi op. In overleg met mensen van de stal krijgen de paarden ander hooi. Hier gaat Roos wel van eten, en ze eet ook goed haar brokken. Niets aan de hand, dus, lijkt het.
Ze mogen samen even los lopen in een longeercirkel. Dat trekt wel de aandacht, twee van die zware paarden op een stal vol anglo-arabieren en andalusiërs. Ze lopen ook zo mooi samen op, het lijkt wel een circus-act.
Terug bij Anjo kruip ik lekker achter de pc. Alleen de foto's op de site zetten lukt niet, maar de tekst (een lange - we lopen negen dagen achter!) staat er weer op.
Jeannette en Do hebben een mooie dag in de Picos, prachtige groene bergen met meertjes en uitzichten, al heeft Jeannette wel wat last van buikkrampen. En ook de kanoërs hebben het goed; de zon gaat na een late start volop schijnen.
Gijon - Aviles / San Christobal, zaterdag, dag 100
Weer op pad. De bagage kan mee met de auto, en de bepakking is dus licht. Maar de tocht is zwaar; zo'n 32 kilometer van de manege in Gijon naar de wei even na Aviles. Het eerste stuk is langs de boulevard - heel wat mensen kijken vreemd op als we over deze vierbaansweg aan komen lopen met twee paarden achter ons aan. We stoppen keurig voor de stoplichten en zo; de politie laat ons dan ook met rust. Zelfs als we ergens 'parkeren' voor een pitstop voor Jeannette en een kopje koffie voor mij.
Al twee uur lopen we door Gijon als we een graslandje ontdekken achter een café. Kunnen de paarden bijtanken; even grazen en uitrusten van al dat verkeer. En wij krijgen lekker wat paella van de obers, die vol verbazing horen over onze tocht naar Santiago mét paarden.
Eindelijk gaan huizen en industrie over in weiden en bossen. Het wordt ineens een mooi zandpad over een heuvelrug. Alleen gaat Roos moeilijker ademen bij het heuvelop lopen. Ze gaat niet langzamer bergop - moet nog steeds behoorlijk doorlopen om haar bij te houden. Boven zoeken we daarom een wei voor de lunch. Dit keer kapen we er echt een, maken de poort open, zadelen de paarden af en gaan zelf lekker picknicken. Prompt stopt er een auto... Nee, betrapt! Maar we zien vriendelijk lachende gezichten die onze paarden bewonderen. Gelukkig.
Na de lunch ademt Roos nog steeds zwaar, en Jeannette heeft last van buikkrampen. Stoppen of niet? Waar dan? We zijn pas halverwege, en Anjo heeft hier in de buurt geen hulp kunnen vinden. Dan maar door naar de wei van Antonio's vriend Juan; daar weten we zeker dat de paarden goed staan, en Roos en Jeannette hebben beiden genoeg energie om in een heel rustig tempo door te gaan.
Het laatste stuk valt zwaar; de industrie langs de route en de stad Aviles maken het lopen niet lichter. Bij het station ligt gelukkig een zak voer; op de stoep eten de paarden hun avondmaaltijd, tot stomme verbazing van de passanten.
De wei ligt er uitnodigend bij; veel hooi en een beetje gras. Roos ademt nog steeds zwaar, heeft af en toe gehoest, eet wel haar brokken maar niet veel gras en hooi... Geen reden tot paniek, maar morgen doorgaan lijkt niet verstandig. We slapen in een hotel in Salinas.
Aviles
Roos ademt nog steeds zwaar; er moet een dierenarts komen. Via de buren en achterburen van Juan el Panadero (de eigenaar van de wei) vinden we een dierenarts gespecialiseerd in paarden die een uurtje later op de stoep staat én engels blijkt te spreken (mijn spaans is nog niet zo goed als mijn frans geworden is gedurende de reis...). Roos heeft veel slijm in haar luchtpijp en verhoging - een allergie, of toch piroplasmose? Ze krijgt een ontstekingsremmer, antibioticum en middeltje dat we elk uur moeten geven.
Gelukkig zijn er twee eettentjes in de buurt, en heeft Juan een hele mooie traditionele schuur op poten, waar je lekker in de schaduw in de wind zit - of ligt. Jeannette slaapt er heerlijk op het matras uit Do's 'kampeer'auto.
Tegen achten komt de dierenarts weer langs (hij woont vlakbij). Roos ademt veel rustiger, en heeft ook minder verhoging. Wat er ook aan de hand is, de behandeling slaat aan. Wij gaan lekker uit eten bij de sidreria en vinden daarna een goekoper hotel in Aviles.
Aviles
Weer de heuvel op naar de wei in San Christobal; de dierenarts komt opnieuw antibioticum inspuiten. Het gaat weer beter met Roos; nu is haar ademhaling normaal. Ze eet haar brokken goed, eet ook wat hooi en gras, maar staat ook veel te rusten. Liesa heeft nergens last van en eet de hele dag door. En ze was al een beetje te dik, zelfs na drie maanden lopen richting Santiago...
Alleen moet Jeannette nu naar de dokter. Via het hotel vinden we een gezondheidscentrum, waar ze snel geholpen wordt. Een paar pillen en eetadviezen voor gastroenteritis rijker zoeken we eerst Roos en dan Do weer op. Het is druk in Aviles; terrasjes, markt, veel winkels open voor een maandagochtend. 's Middags gaat Jeannette slapen en zoeken Do en ik even verderop het strand in Santa Maria del Mar op. Het zand is grauw, de zee wild, de kindertjes plassen gewoon op het zand, en de zon werkt aan het eind van de dag niet echt meer mee. Fijn.
's Avonds uit eten op een mooi pleintje in Aviles. Jeannette ziet er beter uit, en mag rijst, witte vis en asperges eten. Haar eerste maaltijd in een aantal dagen.
11-07-2006 |
Auteur: admin | Categorie: Algemeen
16. Waarom is dat Spaanse asfalt zo glad?
Somo - Santander en retour, 26 juni, dag 88
's Ochtends vroeg begint de Marrokaan (die op de camping werkt en Nederlands spreekt) aan het nieuwe hekwerk. De paarden krijgen er een nieuw stuk veld bij. De tent staat nu tussen de paarden, en Roos heeft meteen door dat er eten in de tent ligt. Snel de zak buiten haar bereik leggen, anders molt ze de tent.
Santander ligt aan de overkant van de baai; er vaart een kleine passagiersveerboot tussen Somo en Santander. De paarden passen niet op het bootje en kunnen dus niet mee. We gaan paardloos op pad om ons stempel te halen, te internetten, boodschappen te doen en ook nog wat van de stad te zien. Maar de eerste paar uur zitten we heerlijk ontspannen aan de koffie en chocoladetaart.
In het pelgrimscafé bij de herberg is onze faam ons al vooruit gesneld - dat er twee vrouwen met twee paarden op weg zijn naar Santiago is al bekend bij herbergierster en pelgrim met pijnlijke voeten.
's Avonds eten we pizza op de veerboot - snel terug naar de paarden. Gelukkig staan ze er nog; alleen de tent staat er wat vreemd verbogen bij... Roos? Nee, blijkt het werk van een vriendelijke spanjaard, die de boel wat extra aangesjord heeft vanwege de regen. Ook de was ligt nu bij hem in de caravan te drogen!
Somo - Boo de Pielagos
Een lange dag vol wandelcorvee, langs de drukke wegen rondom Santander. We bijten door en nemen de korte doorsteek langs olieraffinaderij, industrie en snelweg. In El Astillero geeft de gemeente met enige moeite een stempel; het is niet de officiële mét schelp, dus zullen ze moeilijk doen in Santiago. Dat is van later zorg - met twee paarden op een parkeerplaats in een drukke winkelstraat kunnen we niet wachten op de officiële stempel uit de herberg die aangerukt wordt.
Er loopt een rustig weggetje langs het spoor, maar we moeten aan de andere kant van de heuvelrug nog het hotel vinden waar we voer achter hebben gelaten. Op goed geluk lopen we een pad naar boven en steken we een weiland over, en wat ligt daar voor onze neus? Het hotel!
Daarna wordt het eindelijk weer leuk om te rijden en te wandelen (het asfalt is zo glad dat we heel veel naast de paarden lopen); kleine weggetjes en mooie paden door heuvels richting zee. Ook nu komen we steeds goed uit; we hebben echt de kortst mogelijke route naar de manege gevonden. De paarden kunnen op stal, en wij vinden een bed en warm eten in het hostal even verderop.
Boo de Pielagos - Hinojedo, dag 90
Vanuit Boo de Pielagos zoeken we de pelgrimsroute weer op. Het zijn afwisselend drukke wegen met veel vrachtverkeer en rustige weggetjes en paden hoog boven de kust langs. En er zijn weer pelgrims, Vlamingen dit keer!
Ons zakje voer ligt in het café in Polanco; we maken dus een ommetje, even van de Camino af. En dat is maar goed ook, blijkt even later; de pelgrims moeten kilometers langs een drukke weg lopen. Het deel dat wij nog doen loopt ook nog langs dikke schoorstenen. Herrie, drukte, niet leuk. We kunnen elkaar niet eens verstaan als we schreeuwen.
Gelukkig slaat het pad weer af naar Santillana del Mar, waar een paardencentrum moet zijn. Maar het toeristenbureau weet nergens van. We bellen dus met een ander nummer op onze lijst, een albergue in Hinojedo die trektochten te paard organiseert. Van de Nederlandse eigenaar mogen we komen; er ligt een wei naast de albergue waar de paarden en ons tentje kunnen staan. Maar de wei blijkt niet omheind te zijn... En we willen de paarden niet aan een boom binden; ze moeten eten kunnen zoeken! De eigenaar regelt een hofje bij de buren, met gras, hooiberg en de boer snijdt ook nog wat gras erbij. Zo blijven ze natuurlijk te dik.
De albergue (herberg) zit even later vol met kinderen op schoolkamp of zo.`'s Avonds rennen ze stoer door de wei langs onze tent, tot Jeannette 'Adios'; roept - en dan zijn ze weg!
Hinojedo - Comillas
We sturen nogmaals op Santillana del Mar aan, om de grotten van Altamira te bezoeken. Indrukwekkend; mooie grotschilderingen van paarden en bizons. De hollingen en bollingen van de grot hebben ze goed gebruikt om de beesten tot leven te wekken. Jammer dat we de echte grot niet in mogen - bezoek tast de schilderingen aan - maar de echte grot is tot in de laatste details nagemaakt. Knap werk, toen en nu.
We zijn eigenwijs en vinden een mooi pad van de grotten richting het westen; geweldig uitzicht over zee en naar sauna ruikende eucalyptusbossen. Maar we blijven eigenwijs en raken ook de weg kwijt in een eucalyptusbos. De paarden sjouwen braaf achter ons aan over steeds kleiner en mooier wordende paden, maar we komen die heuvelrug tussen ons en de weg maar niet over. Dan maar om, en langs de grote weg.
In Comillas gaan we met de paarden naar de herberg - we zijn laat, willen ons op tijd inschrijven voor de herberg vol is. Op het plein bij de kerk is groot feest, met muziek en een dansvoorstelling. De paarden kijken er raar van op. Over kinderkopjes gaat het omhoog naar de herberg. Er is nog plaats, en volgens het bord bij de herberg is het nog maar 456 kilometer naar Santiago de Compostella. Vreemd, volgens ons is het meer. Maar het blijkt inderdaad te kloppen, als je de Ruta Primitivo neemt; die is zo'n 50 kilometer korter dan onze Camino del Norte.
Op weg naar het centro equestre moeten we over asfalt weer afdalen. Roos moet bij een dwarse oversteek veel moeite doen om op de been te blijven: ze glijdt alle kanten uit. Gelukkig is ze erg stabiel op de voeten en blijft ze overeind. Door naar de manege waar onze paarden op de wei kunnen staan en waar ons voer ligt. De paarden mogen er twee dagen staan - kunnen wij morgen weer wat dingen regelen én als het lukt wat broodnodige tijd voor onszelf nemen.
Comillas
Het plan om een auto te huren om het voer te verspreiden wordt ingewikkeld; de dichtstbijzijnde verhuurder zit 30 kilometer terug. Gelukkig wil Anjo naar Comillas komen om het voer op te halen en af te leveren bij paardencentra en pelgrimsherbergen. Hoeven we morgen alleen voor de komende twee dagen 2 zakjes mee te nemen.
Gerustgesteld zoeken we een computer met internetaansluiting, en die is te vinden in de bibliotheek. Maar, je mag er maar een half uur op werken. Niet genoeg voor de weblog, wel voor een groot deel van de foto's. En dan gaan we naar het strand. 's Avonds koken we ons potje en drinken we rosé met Will uit Nieuw-Zeeland. Zijn dochter heeft ook een paard en wil er meerdaagse tochten mee maken.
Comillas - Unquera
Will gaat mee naar de manege, en loopt het eerste stuk met ons mee. Hij moet wel even op de foto met onze paarden, als bewijsmateriaal. Maar Will loopt meestal 40 kilometer op een dag (zijn benen protesteren dan ook) en wij doen maar zo'n 25. Tijdens onze lunchpauze besluit hij dus door te lopen.
We beseffen die ochtend pas, doordat Will met ons meeloopt, hoe sterk de paarden ons wandeltempo bepalen. Lekker snel als het kan, op goede ondergrond, maar soms ook gehaast bergop- of -afwaarts omdat het paard in je nek staat te hijgen en je niet op de hielen getrapt wil worden. En langzaam als het moet, omdat het asfalt glad is en de paarden geen widiapuntjes (in Frankrijk mordacs genoemd) hebben en we Liesa zo lang mogelijk niet opnieuw willen laten beslaan. Je loopt dus lang niet altijd in je eigen tempo, en dat is best vermoeiend. Het voordeel ten opzichte van andere wandelaars is dat je geen rugzak op je rug hebt, en dus energie genoeg hebt om die berg op te sprinten.
Nadat een spaanse medepelgrim onze overnachting voor de paarden heeft geregeld, lopen we verder, met een groepje duitsers/hongaren op. En even later halen we Will in. Die heeft een uitgebreide lunch in een restaurant achter de kiezen, wij hadden chips en ijs op een weitje. Samen lopen we naar Unquera, waar de paarden bij Claudio op stal mogen, met vers gras. Claudio, de manager, heeft hét top-endurancepaard van Spanje staan; is dé kampioen van Spanje geweest. En het is een kruising tussen arabier en percheron. Hoe verzin je het.
Een vriendin van Claudio regelt plaatsen in een herberg voor ons en Will, en brengt ons erheen. 's Avonds trakteert hij ons bij wijze van sponsoring op lekker eten.
Unquera - Porrua (Llanes)
Will is al vroeg vertrokken om zijn 40 kilometer te maken. De herberg maakt een ontbijtpakket (de spanjaarden staan laat op - het is al half negen) en geeft een stempel af, en Claudio staat al voor de deur om ons op te halen. Margriet verzwikt net even haar enkel, maar loopt er goed op.
Al snel lopen we een zuid-westwaarts een mooi dal in. Het is er prachtig; alleen jammer dat de pijlen van de pelgrimsroute verdwenen zijn. We lunchen op een mooie wei in een prachtig zijdal, steken beken en rivieren over en vermaken ons prima. Met wat hulp van de locale bevolking weten we ook het pad weer te vinden; hier in Asturias wordt de route minder goed aangegeven dan in Cantabrië.
Helaas gaat het pad dan kilometers langs een drukke weg, het tussenstukje tussen 2 snelwegen. Weer niet zo heel erg leuk, maar onze paarden zijn ondertussen perfect opgevoed. Met één 'opzij' stappen ze keurig langs de rechterberm.
En dan worden we opgewacht door Alex en Irene te paard, jonge eigenaren van een jong bedrijf, gericht op berg- en paardensport. Ze rijden een stukje met ons mee en regelen bij de buren een goede wei voor ons - hun eigen manege heeft alleen stallen en een stuk grond met omheining die niet Noriker-bestand is.En wij worden uitgenodigd bij ze te komen logeren. Onze eerste spaanse uitnodiging! 's Avonds gaan we lekker uit eten, omdat ze niet op gasten gerekend hebben. De (lage) rekening is voor ons. Zulke gastvrije mensen waren we in Spanje nog niet tegen gekomen.
Porrua - Ribadesella
Alex en Irene rijden een stuk met ons mee, om het kustpad te tonen. Als we het geweten hadden, hadden wij (en de andere pelgrims) de drukke weg kunnen vermijden en het nieuwe kustpad kunnen nemen... Irene moet lachen als Roos met snelle stap haar endurancepaard inhaalt. We fantaseren over het kruisen van Roos (ons 'trek'paard - ze loopt zo goed dat ze Liesa met zich meetrekt) met een arabier.
Alex geeft ons nog nummers van andere enduranceruiters mee, verderop langs de route, en dan zijn we weer alleen. Het mooie kustpad, dat ons in korte tijd ver heeft gebracht, is verdwenen en we moeten zelf een pad zoeken uit de vele mogelijkheden, verhard en onverhard.
En dan belt Anjo; ze heeft het voer opgehaald in Comillas en is onderweg naar ons. We zitten net te picknicken op een weitje en loodsen haar onze kant uit. We maken kennis en delen ons brood met vis en kaas (je hebt maar een beperkt keuze op paardentrektocht - je kunt niet veel eten meenemen). Ze nodigt ons uit om te komen eten en logeren als we in de buurt van Villaviciosa zijn. Gezellig, zijn benieuwd naar haar huis en ezels!
Even later staan we aan de kust, maar kunnen we niet verder. We moeten terug, en da's al erg genoeg, maar in een bocht in de weg komt Liesa in de knel tussen drie afdalende auto's. Ze moet stilstaan en weer opstarten, glijdt uit en ligt prompt op haar knieën. Gelukkig zit Jeannette er niet op. De schade lijkt beperkt tot een sneetje boven de hoef. Waarom is dat spaanse asfalt/beton toch zo glad?
Dan maar weer de pelgrimsroute volgen en dat blijkt een prima keus; mooi pad tussen sppor en zee dat ons recht naar Ribadesella brengt. Daar blijft de lokale politie achter ons rijden als we de brug oversteken. Aan de andere kant worden we door twee politieagenten gestopt. Waar we van plan zijn te overnachten? We mogen niet in het park slapen! Da's goed, waren we toch al niet van plan. We slaan af richting Fernando - net wat kilometers verder dan goed is voor ons en de paarden. We zijn moe, maar Fernando heeft een mooie wei en een appartement te huur. We hebben weer eens twee slaapkamers, en slapen dus apart. Dat komt niet vaak voor. Fernando rijdt ons om tien uur ook nog even naar de bar/supermarkt, waar we inkopen doen voor een snelle warme hap, en dan crasht met name Margriet - iets te veel gelopen met die pijnlijke enkel.
Ribadesella - La Isla
We zoeken onze eigen doorsteek naar de pelgrimsroute en halen een stempel bij de herberg waar we niet geslapen hebben omdat het te veel gedoe was. Het wordt een relatief korte dag; maar zo'n 17 kilometer. We volgen de pijlen langs de kust, en vinden deels onze eigen route (de beschrijving van de pelgrimsroute waarschuwt voor steile hellingen en hekken; geen zin in).
Bij La Vega sturen we de paarden het strand op; ze vinden de golven maar eng. Eigenlijk mag je in Spanje met paard niet op het strand komen, sinds een paar jaar, maar men doet het nog wel. Het regent, dus er is geen badgast in zicht, en we willen wel eens zien of het oefenen in meren effect heeft gehad. Nee, dus.
In La Isla lopen we meteen al tegen de duitsers/hongaren aan, en ook de stille deense uit Comillas is er, met een heleboel spanjaarden en andere pelgrims. De paarden mogen in de tuin naast de herberg, vol met gras en bloemen. Met help van de hospitelera maken we het hekwerk paard-bestendig.
We eten ons visbrooodje op de boulevard van Comillas - een echte, zonder toeristen, snackbars en viskramen. Iedereen lijkt elkaar te kennen en zegt vriendelijk gedag. De zon schijnt weer en het leven is goed. We delen onze rosé met een Tsjech en hebben een prettige avond met hem en de deense, al slaapt het wat onrustig met 20 man op een slaapzaal.
La Isla - Sebrayo
Weer een relatief kort dagje. De paarden staan nog in de tuin, maar alle bloemen zijn weg. Het gras staat er nog wel.
We staan al snel op één van de beroemdste bruggen van de Camino del Norte - het valt een beetje tegen, hij is kleiner en gladder dan gedacht. De route gaat meer het binnenland in, en asfalt en paden wisselen elkaar af. De lunch eten we staand in een weitje; het regent steeds harder en na amper een uur halen we de paarden er maar af om bij de kerk te gaan schuilen. Daar slapen ze nog wat voor we verder trekken, de pas over.
En dan staan we ineens voor de albergue; we lopen er bijna langs tot we de duitse en deense herkennen. De hospitelera vindt weer dat de paarden best in het tuintje van de albergue kunnen staan, aan weerskanten van de picnictafel. Wij vinden dat een minder goed idee, en blijven zoeken naar een andere oplossing. Er liggen zoveel weitjes; er moet toch iemand in het dorp te vinden zijn die onze paarden een nachtje wil herbergen? De duitse en Margriet lopen naar de eigenaren van de wei naast de albergue en gelukkig, als we een goede afscheiding maken, mogen ze daar op een hoekje van de wei staan. De duitsers gaan aan de slag en als de eigenaresse en haar (schoon?)moeder even later komen keuren is alles oké.
Maar ondertussen hadden we ook al met een andere enduranceruiter, German, gebeld. Hij woont vlak bij La Isla en weet misschien iemand in de buurt van Sebrayo. Hij vraagt ons een uurtje te wachten en dan gebeurt er een wondertje; er staat ineens een jongen met brommer voor de albergue. Het is German, en we moeten meelopen, want een stukje verderop heeft hij een grote wei liggen, met stromend water. De paarden uiteindelijk helemaal gelukkig; eerst het ene weitje leeggevroten en daarna een ruime tweede gekregen!
Er is geen winkel in de wijde omgeving van Sebrayo. Met 14 man staan we om half negen 's avonds hongerig te wachten op een soort SRV-man, die in het dorp woont en 's avonds pelgrims boodschappen laat halen bij zijn wagen. Wij maken weer een snelle warme hap; de meeste andere pelgrims eten brood en snacks (omdat ze 's middags uitgebreid warm eten).
We slapen weer met 17 man op een slaapzaal; 3 meiden zonder pelgrimspas op de grond. Dat gebeurt steeds vaker; gewone spaanse en andere toeristen gebruiken de albergues als goedkope slaapplaats. De pelgrims hebben voorrang; wandelaars en ruiters komen eerst, dan fietsers. En zo leren we ook dat de regels veranderd zijn; eerst moest je 100 km wandelen, 200 km fietsen en 300 km paardrijden om je credencial te verdienen; voor ruiters is het nu veranderd naar 100 km. Waarom dan bijna 2000 km rijden?!
Sebrayo - Gijon, 6 juli, dag 98
Als laatste pelgrims vertrekken we 's ochtends voor negenen voor een lange dag naar Gijon. We trekken dwars door Villaviciosa - lekkere koffie en donuts bij Vienna, en water voor de paarden van een vriendelijke winkelier. We vinden een mooi pad langs een riviertje, maar of het de pelgrimsroute is... Het boekje is wat vaag, omdat hier de afgelopen jaren snelwegen zijn gebouwd. het lukt om onder de ene en over de andere te gaan, en dan staan we voor onze eerste echte col in Spanje. Rond de 400 m klimmen. Eerst maar lunchen, zodat de paarden energie hebben.
Op het heetste van de dag begint de klim; beton, stenen, beton, stenen, en steil! Gelukkig trekken de paarden het goed, met één pauze zijn we boven, waar wandelende pelgrims hun ogen uitkijken als wij aan komen zetten.
Dan daalt de weg, maar gelukkig geleidelijk en over goed asfalt. Geen glijpartijen, dus. Bij de bar eten we een ijsje als beloning; de paarden mogen gras. De groep spaanse pelgrims, bekend uit La Isla, staat daar uit te puffen van hun beklimming en hun verdwalerij. Waar wij een mooie route vonden, zijn zij uren aan het zoeken geweest. Vreemd.
Op naar de volgende, lagere pas en naar de camping waar we op Antonio wachten. Jeannette moet daar aan de cola omdat haar darmen van streek zijn. Margriet's enkel is ondertussen goed.
Antonio haalt ons niet op met zijn hengst, maar met zijn auto (misschien maar beter ook) en loodst ons door Gijon naar een grote stal, waar de paarden ver uit elkaar gestald worden. Ze hinnikken zich suf en irriteren andere paarden. Al snel wordt geregeld dat ze naast elkaar kunnen staan en is er weer rust in de tent.
En dan staat Dominique, JeannetteŽs vriend, op de stoep. Hij is al een paar dagen onderweg naar ons en heeft ons eindelijk kunnen vinden (niet makkelijk met al die verwarrende wegen en borden). We laden onze spullen in en komen tegen tienen eindelijk bij Anjo aan, waar het eten en de wijn al op ons wachten. Bob en zij wonen in een paradijsje; prachtig uitzicht over de groene bergen in het zuiden, ezels voor de deur, 4 honden op het erf. De logeerkamer en de camper zijn vrij en moe maar voldaan duiken we ons bed in. We hebben morgen vrij...
07-07-2006 |
Auteur: admin | Categorie: Algemeen
15. España, por favor
Noth - La Souterrainne, woensdag 21 juni, dag 83
De laatste dag in Frankrijk - en we moeten nog heel wat regelen voor ons vertrek naar Spanje: paarden rijden - laatste ritje met Truska, snik - hooi halen voor de paarden in de trailers, eten en drinken kopen voor de mannen die Truska komen halen, weblog bijwerken in de bibliotheek, veel geld pinnen voor het vervoer en ons verblijf bij het paardencentrum, spullen uitzoeken...
We liften naar La Souterainne en kunnen terugrijden met Thierry, de eigenaar van het paardencentrum waar we logeren. Leuk is dat hij ook aan gehandicapten-paardrijden doet. We hebben eerder een groep verstandelijk gehandicapten gezien, die met hem - en zonder verdere begeleiding - een buitenrit maakte. Hij heeft daar zo zijn eigen ideeën over: "Paardrijden geeft hetzelfde gevoel als in de moederbuik zitten, je bent gewichtloos en wordt gewiegd door de bewegingen van het paard; mensen voelen zich veilig en ontspannen op een paard". Het paardrijden door gehandicapten is minder georganiseerd in Frankrijk dan in Nederland. Thierry´s klanten zijn particulier of komen via een instituut dat de lessen betaalt. Hij geeft alleen in het begin veel begeleiding, en laat zijn klanten - indien mogelijk - zo snel mogelijk alleen rijden, om ze een gevoel van onafhankelijkheid te geven. Ze hebben ineens het vermogen om zo´n groot beest te vertellen wat hij moet doen... Dat geeft zelfvertrouwen! Trouwens, Thierry doet aan Parelli, en rijdt ook bitloos met de gehandicapten.
Bert, de bloemenman en maat Beppie - Truska´s vervoersteam - staan om 5 uur voor de deur met tractor (mooie auto) en trailer. Na één blik op ons paradijsje besluiten ze de nacht te blijven logeren en de volgende ochtend vroeg te vertrekken, tegelijk met ons. Het wordt gezellig, al moeten wij pakken en opruimen. Gelukkig is er voetbal op tv.
Noth - Mioño (Castro-Urdiales)
Om 4 uur gaat de wekker... En om 5 uur komt Taxi Horses aanrijden, keurig op de afgesproken tijd (hij is om 2 uur ´s nachts vertrokken). We laden eerst Truska in - snel afscheid nemend van onze trouwe Truus - en dan snel Liesa en Roos in de andere trailer. Truska staat stampij te maken als ze door heeft dat ze alleen in een trailer staat; de mannen rijden daarom snel weg. We zijn onze vrijwilligers diep dankbaar dat ze onze Truska naar huis wilden brengen!
Liesa en Roos blijven rustig, maar die hebben dan ook elkaar en een mooie trailer met padding (overal kussens om tegen aan te leunen). Ook wij rijden om al kwart voor zes weg.
Na Bordeaux staan fan Anneke en hond Lennon al langs de snelweg te wachten op ons; ze rijdt met ons mee om zakken voer rond te brengen. Nu er geen derde paard meer is, moet er om de twintig kilometer een zakje voer liggen. Een hele organisatie!
Pas om half vijf (Truska is dan net een uurtje thuis bij Wanda) rijden we het terrein op van het centro equestre in Mioño; het eerste paardencentrum na Bilbao. We gaan de kustroute volgen, omdat er daar meer gras is voor de paarden en de temperatuur lager ligt. Helaas zijn er ook meer heuvels, maar onze bergpaarden hebben daar minder moeite mee dan met de hitte. Al rekenend met gemiddeld 20 kilometer rijden per dag en rustpauzes kwamen we uit op een start vlak na Bilbao (hoeven we tenminste ook niet langs die drukke stad). Dan hebben we nog genoeg speling - hopelijk - voor leuke en minder leuke verrassingen.
In Anneke´s auto gaan we naar de camping en even later zitten we bij het haventje van Castro-Urdiales heerlijk aan de vis en rosé. Liesa en Roos staan op stal; als enige Norikers op een arabieren-centrum vallen ze een beetje uit de toon...
Mioño - Liendo
Aan de ontbijttafel bespreken we met Anneke onze voorgenomen route. Ze moet weten waar ze zakjes voer neer moet leggen, maar we hebben nog geen boekje van de Camino del Norte! Wel info over campings, centro equestre, pelgrimsalbergues, etc. uit kaarten en boekjes van de toeristeninformatie. Geen gemakkelijke opgave, dus. Anneke zet ons bij de paarden af en gaat vol goede moed op pad.
De paarden hebben het zwaar gehad - bijna 11 uur in een trailer! We willen ze lichte beweging geven; 5 kilometer stappen naar een wei vlak bij de camping, zonder bepakking. Maar bij de camping lukt het niet om een wei te vinden, terwijl er genoeg lege weides liggen. Maar wie is de eigenaar? We worden naar het volgende dorp doorgestuurd, maar ook daar kan niemand ons helpen en worden we naar het volgende dorp gestuurd... Mooie boel, hier in Spanje, geen wei te vinden, ook niet na 20 keer vragen! Dan maar door naar Liendo, 15 kilometer verder, waar een zak voer en twee stallen wachten (en weer een heleboel mooie arabiertjes).
Omdat we hier niet op voorbereid zijn, zitten we pas laat aan de lunch; chips, ijsthee en ijs op het dorpsplein, de paarden voor onze neus. Die hebben al geluncht, met lekker gras in de berm van een rustig weggetje.
De kustroute is mooi; de paarden zien voor het eerst de zee (ze kijken veel, maar zijn er niet bang van), we rijden afwisselend over paden, asfalt en boulevard met prachtig uitzicht over zee, bergen, bossen... En we zien wel 30 gieren rondcirkelen boven een vervallen huis, vlak bij de camping. Tot slot ontdekken we nog dat er een spaanse-breton bestaat, een licht koudbloed dat veel op onze paarden lijkt. Gelukkig; de hoefsmeden hebben dus ook grote maat ijzers.
´s Avonds brengen we met Anneke nog een zak voer weg en gaan daarna lekker eten in de buurt van Santander.
Liendo - Arnuero
Anneke zet ons weer af in Liendo, waar we afscheid van haar nemen. Ze gaat opnieuw zakken voer en onze bagage afleveren; de grote bult moet naar Comillas, zodat Anjo - onze volgende helper - het verder kan verspreiden. Zonder de aangeboden hulp van deze enthousiaste vrijwilligers zouden wij het heel wat moeilijker hebben in Spanje!
Vanaf Liendo gaat het al snel omhoog en stijgt en daalt de weg fors tot Laredo. De paarden glijden veel meer dan normaal op dit gladde asfalt - waarom is Spaans asfalt gladder dan Frans of Nederlands?
We rijden dwars door Laredo heen en verbazen ons over onze paarden. Vooral Margriet merkt het; ze heeft 2,5 maand vooral Truska gereden en rijdt nu Roos. Wat een verschil met toen we Roos net kochten! Toen liep ze niet zo graag voorop; als ze voorop moest stopte ze vaak en was niet vooruit te branden. Nu rijd je haar met één teugel, marcheert ze het grootste deel van de dag voorop, en loopt ze dwars door een drukke stad heen zonder ook maar één keer te schrikken.
We nemen de kortste route, langs een drukke weg, over bruggen en rotondes, tot we eindelijk af kunnen slaan en de kleine weggetjes langs water en bos kunnen pakken. We worden voor alle moeite beloond met een ooievaar, lepelaars en een heleboel roofvogels (buizerds?).
In Arnuero staat een veld klaar voor de paarden - maar zonder afrastering! We kennen ze te goed om er op te vertrouwen dat ze wel blijven staan, en regelen met hulp van de halve camping een hele grote wei aan de overkant van de weg, met aan weerskanten andere paarden. Daar staan ze heel tevreden; de buren zijn een hele mooie spaanse breton, een bonte pony en veulen, en dat kunnen ze wel waarderen.
Wij staan met ons halve tentje - om gewicht te besparen hebben we alleen de binnentent mee, een cape volstaat als buitentent - op de camping, koken ons potje en gaan vroeg naar bed.
Arnuero - Somo
In onze wei staan niet twee paarden, maar drie. Het veulen van de buren staat nu bij onze merries. Wat nu? Het veulen is nerveus en laat zich niet aan zijn touw pakken, en Roos vindt het wel een leuk spelletje. Liesa komt wel zonder problemen, waardoor we even later ook de andere twee te pakken hebben. Maar het veulen moet nog naar mama - en dus moeten we langs de drukke weg! Het veulen schrikt van een langsrijdende auto, gaat er vandoor en steekt Liesa aan. Die springt weer bijna voor een auto... Fijn, dit soort verrassingen! Gelukkig belandt het veulen veilig in de wei bij mama - hij hinnikt nog als afscheid van zijn surrogaat mama´s.
Even later zijn de paarden bepakt - er moet nu zo´n 14 kilo bepakking mee. Dat moeten ze makkelijk kunnen dragen; een paard kan zo´n 20 tot 25 % van zijn eigen gewicht dragen, en met ons en onze bepakking zitten we daar ruim onder. Maar naar ons eigen gevoel ligt er wel veel op die rug.
We lopen en rijden door heuvels en velden, met af en toe uitzicht op zee, en heel veel eucalyptusbossen. Het ruikt er lekker naar sauna. Halverwege onze route, als de paarden net 1,5 uur gegeten en wij geluncht hebben, komen we langs een pelgrimsherberg. We gaan naar binnen voor een kopje koffie en komen er uren later vandaan. De paarden moeten op de wei, en wij moeten meeëten. Er is wijn en champenoise, omdat André teruggaat naar Brazilië. Er hangen prachtige foto´s en beeldjes, en Ernesto, de priester die hier in zijn ouderlijk huis een herberg is gestart, vertelt wat over zijn reizen. En meldt dat wij de eerste pelgrims te paard zijn langs deze Camino del Norte.
Met moeite komen we weg en lopen door naar Somo, waar op de camping een weitje gemaakt wordt voor onze paarden. We staan er pal naast met ons tentje. 's Avonds zoeken we in Somo wat te eten en belanden bij de voetbalwedstrijd Nederland - Portugal.
26-06-2006 |
Auteur: admin | Categorie: Algemeen
14. Zin in bezinning?
Noth - La Souterraine, Fursac en Bénévant-l'Abbaye en retour, zaterdag 17 tot en met dinsdag 20 juni
Ook nu weer geen reisverslag in de vorm van een dagboek, omdat we stilstaan. Stilstaan om snel vooruit te kunnen gaan! Aanstaande donderdag vertrekken wij met Liesa en Roos naar Spanje, naar de kustroute, terwijl Truska tegelijkertijd naar huis gaat. Op deze manier hebben onze drie paarden er zo weinig mogelijk last van dat ze worden gescheiden. Ze zijn ondertussen aardig gewend om altijd met zijn drieën te zijn. Nu staan ze in de wei met vier andere paarden, maar integreren, ho maar.
We nemen ze elke dag mee uit rijden, of laten ze even ergens los om te draven en galopperen, om ze in conditie te houden en spierbevangenheid te voorkomen (dat was eens maar nooit weer, als het aan ons ligt). We maken mooie tochten door bossen en velden en eindigen vaak langs het stuwmeer, het Etang de la Cazine, waar de paarden nu tot hun buik in durven. En ze spatten elkaar en ons kleddernat... Als afscheid hebben we de paarden op de verjaardag van Margriet meegenomen naar La Souterraine.
Wij lopen met grote regelmaat naar La Souterraine, voor boodschappen, internet, koffie; het ligt zo'n zeven kilometer verderop, maar het is een lekkere wandeling. En zo blijven wij ook in conditie. Daarnaast hebben we nu extra etappes van de pelgrimsroute gelopen; naar Fursac en naar Bénévant-l'Abbaye. Gelopen! De paarden laten we lekker thuis uitrusten; ze zullen het straks in Spanje nog zwaar genoeg krijgen.
Daardoor komen we eindelijk andere pelgrims tegen; in een paar dagen tijd nu tien wandelaars. Het ziet er zwaarder uit; de lichamelijke belasting is groter, denken wij. Maar zij kunnen wel aan het eind van de middag in een stadje op een terrasje neerploffen en de pelgrimsherberg om de hoek opzoeken. Dat kunnen wij niet. Om te beginnen eindigen wij later, omdat we twee uur pauze nemen tussen de middag, zodat de paarden kunnen grazen en rusten. Als we ergens rond zevenen stoppen, moeten we eerst een geschikte plek zoeken voor de paarden, en ze verzorgen. En dan moeten we nog een plek voor onszelf zoeken - meestal vlakbij, maar niet altijd! Omdat we eerst de paarden moeten regelen, staan we vaak met ons tentje "in the middle of nowhere". Geen herberg te bekennen.
Is het zwaarder om te lopen of te rijden? Wij denken dat lopen fysiek zwaarder is, ook al lopen we zelf vaak kilometers mee met de paarden. Maar zonder rugzak... Met paarden pelgrimeren is op een andere manier zwaar; je bent je voortdurend bewust van je verantwoordelijkheid ten opzichte van het paard. Het paard heeft er niet voor gekozen om met je mee te gaan. Daar moet je dus eerst voor zorgen, en dan pas kom je aan jezelf toe. En aan bezinning. Er zijn momenten van bezinning, op de reis, op je leven, maar misschien in mindere mate dan bij wandelaars? Omdat je vaak druk bent met andere dingen (zoals op paarden letten tijdens de lange lunchpauzes) zijn het hapsnapmomenten. Als we eens een lang stuk met maar één paard te maken hebben, kunnen we ook eens goed nadenken over de zin van het leven...
20-06-2006 |
Auteur: admin | Categorie: Algemeen
13. VervoersNoth
Noth - La Souterraine - Noth en vele keren retour, woensdag 14 tot en met zaterdag 17 juni
Het wordt een beetje saai als we elke dag apart uitwerken; we zijn vooral druk bezig met het regelen van vervoer; bellen, bellen, bellen en vooral veel wachten in hete telefooncels. Een enkele keer mogen we gebruik maken van de telefoon in het sjieke hotel om de hoek.
We hebben Noth uitgekozen als vertrekpunt voor vervoer, omdat het vlak langs de snelwegen zit. Bovendien zit er een centre equestre waar onze paarden veilig op de wei staan en wij in de gite ernaast kunnen slapen. Onze gastheer is erg vriendelijk en helpt ons aan alle kanten, van wasmachines en waslijnen tot telefoonnummers van vervoerders.
Maar waarom zitten we hier te wachten op vervoer? We gaan het niet redden om voor 1 augustus te paard Santiago de Compostella in te rijden. Jeannette wordt dan op haar werk verwacht... De kreupelheid van Roos (5 dagen wachten) en de ziekte van Truska (hoogstwaarschijnlijk spierbevangenheid = maandagziekte, maar we weten het niet zeker; 8 dagen wachten en 4 dagen op halve kracht vanwege haar revalidatie) hebben ons schema te veel door de war geschopt. Toch willen we Santiago bereiken met gezonde, fitte paarden, zoals steeds ons motto was. Tenslotte willen we ¤ 11.000 bijeenrijden voor de Maartenshoeve!
Daarom hebben we besloten om transport naar Spanje te zoeken. Voor 2 paarden, omdat mensen hebben aangeboden ons voer te distribueren. Daardoor hebben we geen pakpaard meer nodig. Een paard kan dus naar huis, en we hebben besloten dat Truska terug naar Ulicoten gaat. Daar staat de huifkar al op haar te wachten...
Waarom Truska naar huis? Roos blaakt van gezondheid en houdt van lopen; zo'n gezond, fit paard stuur je niet naar huis. Liesa is heel fit en gezond, zelfs iets te dik, op haar voeten na. Ze verliest vaker een ijzer dan de andere twee; de hoefsmeden hebben ons echter verzekerd dat ze goede maar te droge hoeven heeft. Met die fles koolzaadolie op zak moet het goed gaan. Truska is steeds supergezond geweest, op die ene zondag na. Omdat Wanda Truska weer terug wil hebben, is besloten om haar naar huis te sturen.
De bieb sluit over twee minuten - volgende week meer nieuws.
17-06-2006 |
Auteur: admin | Categorie: Algemeen
12. Water, voer en vervoer
Bourg d`Hem, vrijdag 9 juni, dag 71
`s Morgens heel vroeg laat Margriet de paarden weer los zodat ze kunnen eten. Ze staan braaf te dutten onder een uitgezakte picket line; volgende keer dus nog strakker aantrekken.
Om negen uur staat ineens een boze mevrouw ons uit te foeteren; hoe we het in ons bolle hoofd haalden om paarden op de camping te zetten! Maar dat mocht toch; tig keer gevraagd of het echt mocht. Niet dus; dit is de concierge van de gemeentelijke camping; ze heeft al met de burgemeester gebeld en dreigt met de politie... Dat lijkt ons niet echt nodig, dus we vertrekken met de paarden naar het dorpsplein boven waar de burgemeester langs komt met een oplossing. De paarden mogen op een gemeentelijk stuk grond; er staat genoeg te eten en er is schaduw - het enige nadeel is dat er geen water is. We zetten ze er toch maar neer, nadat ze bij een kraan aan het dorpsplein hebben gedronken, en maken een afscheiding van halstertouwen.
Terug naar de camping om te wassen, te ontspannen, te lezen en te bellen. Naar de hoefsmid, naar paardenvervoerders en met Margriet's ouders, die plotseling op verjaarsbezoek komen. Gezellig! We eten lekker bij het campingrestaurant, drenken de paarden aan de dorpspomp en drinken zelf nog een wijntje.
Bourg d'Hem - Bonnat
Het programma van de dag is vol, maar om 10 uur staat wederom de concierge van de camping voor onze neus: de paarden zijn ontsnapt! Ze zijn gevonden bij het huis van de locoburgemeester, een gehucht verder. Haar man komt ons zo halen om ze terug te brengen...
Ze staan tevreden op een wei een paar kilometer verderop; we laten ze eerst wat drinken en dan lopen ze doodgemoedereerd met ons terug naar hun wei, alsof er niets aan de hand is. De halstertouwen zijn uitgezakt en de dames zijn er gewoon overheen gestapt.
Uren hangen we rond op het dorpsplein, bellen, koffie, bellen, wachten op de hoefsmid, broodje, bellen... En het is warm! Liesa is al weer ontsnapt, krijgt nieuwe ijzers en wij moeten naar Bonnat liften voor telefoonkaarten. De bieb heeft tot onze verrassing gratis internet, alleen sluiten ze snel. Morgen dus reisverslag schrijven.
We besluiten een nieuwe wei te zoeken voor de paarden en als dat geregeld is lopen we de paarden tegemoet - ze zijn weer ontsnapt en lopen linea recta naar het water toe. Als ze gedronken hebben wandelen we richting nieuwe wei vier kilometer verder. Een mooie groene wei met schaduw en vooral: genoeg water.
Moe maken we een makkelijk maal: chips, chorizo, tomaten en wijn op een bankje bij de jeu de boulesbaan.
Bourg d'Hem - Limoges
Eerst naar de bieb om de weblog bij te werken. Kunnen weer geen foto's er bij zetten.
We liften naar Guéret en pakken de trein naar Limoges om Margriet's ouders op te halen van het vliegveld. Het lukte niet om in de buurt een auto te huren; die staat dus daar.
Struinend door Limoges voor boodschapjes, zonder echt tijd te hebben voor sightseeing - jammer, want het is een mooie stad. De vlucht is op tijd, maar de reservering van de auto zorgt voor vertraging. Ouders bij de chambres d' hote, wij nog even langs de paarden - ze staan nog op de wei! Nee maar. Deze wei bevalt ze wél.
We eindigen de dag op het terras van het restaurant in Bourg d'Hem (vaste leverancier van koffie aan bellende Santiago-gangers) met een heerlijk maal, mooi uitzicht en wederom: zon!
Bourg d'Hem - Saint Sulpice le Dunoise (Le Mas St. Jean)
Achter het kantoortje van de concierge is genoeg plaats voor al onze zooi; dat halen we later wel op met de auto. Bagageloos rijden we langs la Celle-Dunoise, waar de paarden weer uit de Creuse kunnen drinken, en wij koffie vinden. Mooi landschap, goede paden door bossen en velden - mooie rit.
Bij La Ferme du Cheval Rouge worden we vreemd aangekeken; onze voicemail is niet goed overgekomen. Ze dachten dat we een hotel zochten. Gelukkig hebben ze koffie, lollies en begrijpen ze onze vraag naar een wei; ze doen zelf aan trektochten en kunnen wel een wei vrijmaken.
Margriet's moeder helpt ons de paarden naar de wei even verderop te brengen, en we rijden langs de camping om de spullen op te halen. We slapen vanavond ook in de chambres d'hote in Bussiére-Dunoise, maar gaan eerst nog weer lekker eten in Bourg d'Hem. Terug bij de chambres d'hote wacht ons nieuws; de paarden zijn weer uitgebroken. Snel rijden we op en neer om de paarden op een andere wei, dit keer met werkend schrikdraad, te zetten. Hoe ze de wei uit zijn gekomen is een raadsel; de draad zit overal nog gewoon vast. Slimme paarden?!
Saint Sulpice le Dunoise - onder Périgueux - Saint Sulpice le Dunoise, maandag 12 juni, dag 75
Margriet's ouders gaan weer naar huis - op weg naar Limoges rijden we nog even langs de paarden. Ze staan gelukkig tevreden te kanen op de wei...
Als de ouders veilig in het vliegtuig zitten gaan we verder met bellen en regelen. De auto wordt verlengd en mag elders worden afgeleverd, dus besluiten we spontaan naar het zuiden te rijden om het voer op te halen. Omdat we een stuk Frankrijk over willen slaan (we redden Santiago niet in vier maanden; we hebben minder kilometers gemaakt dan vooraf bererekend door Roos' en Truska's medische problemen) willen we paarden en voer bij elkaar hebben; anders moet de vervoerder zo omrijden.
Halverwege Périgueux bedenken we dat we vlak langs het huis van Anneke zullen rijden - we kennen haar niet, maar ze leest heel trouw onze verslagen en heeft haar hulp aangeboden. We mogen komen, en zitten even later heerlijk in de tuin te kletsen met een echte ' fan' ; de hele route tot nog toe staat uitgetekend in haar atlas. Ze wonen er prachtig, maar we moeten door; voer halen!
Uiteindelijk belanden we om elf uur 's avonds in een hotel in La Soutterraine, niet ver van de paarden.
Saint Sulpice le Dunois - Noth
Precies op tijd staan we op de stoep bij de Ferme, en krijgen koffie met uitleg; ze zijn gewoon een manegebedrijf, maar dan wel met koudbloeden, en zijn vooral gericht op buitenritten. Ze doen niet aan het herbergen van paarden of mensen, maar wilden voor ons een uitzondering maken. Heel lief!
Liesa blijkt weer eens een ijzer te hebben verloren, dit keer na 4 weken... De andere paarden doen langer met de ijzers; 5 tot zelfs 8 weken. Liesa verslijt ze sneller omdat ze toontreedt en met haar voeten draait bij het lopen. We krijgen zoveel asfalt te verstouwen dat haar ijzers het niet redden. Bij Liesa komt er geen waarschuwing; geen geluid dat aangeeft dat het ijzer los zit, of zo.
Onze gastheer biedt aan Liesa vooruit te brengen met zijn vrachtwagen; Margriet rijdt er met de huurauto achteraan en Jeannette gaat alleen op stap met Truska en Roos. Alle paarden blijven lang hinnikken, ook al zijn ze buiten gehoorsafstand.
Liesa staat snel braaf op stal, en Margriet kan weer aansluiten bij Jeannette en de paarden. Die hebben het goed en braaf gedaan. Het is weer een hele mooie tocht, we kunnen zelfs de paarden tot de buik het meer in rijden om af te koelen. Bij aankomst wordt er uitbundig gehinnikt en staan ze tevreden met zijn drieën op stal. Truska zweet nog wat na - beetje vreemd, we sponzen haar daarom lekker af.
Boodschappen doen, auto inleveren, installeren in "appartement" - klinkt beter dan het poneykampcentrum eigenlijk is. We eten makkelijk uit de magnetron en krijgen nog bericht dat Richard besloten heeft niet mee te gaan; hij vindt zichzelf en zijn paard niet klaar voor deze tocht. We gaan dus vrolijk samen door.
14-06-2006 |
Auteur: admin | Categorie: Algemeen
11. We gaan door!
Saint Amand Montrond
Onze laatste dag in Saint Amand - we vertrekken morgen en moeten nog het een en ander regelen. Het centre equestre is druk; er zijn toelatingsexamens voor de opleiding tot springinstructer en er loopt van alles en nog wat rond, van examenklantjes tot gestresste vader. De dierenarts kijkt voor de laatste keer naar Truska en is tevreden; "ze ziet er goed uit; jullie kunnen morgen vertrekken". Hij geeft de paarden nog een wormenkuur en dan liften we met hem mee naar Saint Amand en mogen dan meteen op de zaak zijn rekening betalen... Pittig!
We internetten lekker verder bij Computer Services (hebben een toch al goedkoop internet café op de eerste verdieping, maar wij mogen gratis!). We hebben eindelijk rustig de tijd om foto's uit te zoeken en te verzenden en de weblog bij te werken. Verder is er niets bijzonders, vandaag. Nog steeds te koud voor het seizoen.
Saint Amand - Saint Georges ...
We moeten nog zadeltassen ophalen bij de schoenmaker, en post afleveren in Saint Amand. We halen ook meteen taart om onze gastheren te bedanken; zonder hun snelle hulp was het met Truska misschien slechter afgelopen.
We lopen nog een laatste keer langs het kanaal van Berry, slaan dan af naar de heuvels en steken de Cher over. We mogen maar 2 uur lopen met Truska (ze moet elke dag een half uur langer lopen om in conditie te komen) en komen dus niet heel ver. Helaas is de Mairie van Saint Georges dicht en weten de schooljuffrouwen geen raad. Gelukkig vinden we de oud-secretaris van de mairie; samen met een andere medewerkster van de mairie bedenkt ze dat er ergens nog een huis van de gemeente leeg staat, met gras voor de deur. Uiteindelijk blijkt het een oud krotje te zijn en zetten we de tent op. Met alle banden en touwen die we meehebben zetten we de 'tuin' af en maken een mooi weitje. Bij de buren krijgen we water; later blijkt er ook nog een waterput op het terrein te staan waar we uit kunnen putten.
Margriet leeft zich uit met het stoken van een kampvuur en Jeannette geniet van de pastis. Goede taakverdeling.
Saint Georges ... - Ardenais
We vinden een mooie route, deels weer over de pelgrimspaden, door velden en bos. We moeten vandaag 2,5 uur rijden. De dorpen liggen erg verspreid; daartussen is niks aan huizen. We moeten onze route dus goed plannen en beginnen een kwartier voor de geplande eindtijd een overnachtingsplek te zoeken. En er staat zomaar een gite, met grasland, leeg... Er zijn geen gasten, maar er is ook geen gastheer, en we vinden geen telefoonnummer. We zadelen toch maar af, en gaan lekker in de zon lunchen. Daarna gaan we op zoek naar eigenaar of beheerder van de gite en starten bij de buren. Zij zoeken telefoonnummers terwijl wij aan de koffie zitten en dan staat er een auto voor de deur - de beheerster van de gite, in paniek. Elk moment kunnen de gasten komen en 'er staan drie paarden in de tuin!' Ja, jammer. Snel halen we paarden en spullen weg en zetten alles bij de buren.
De buurman helpt ons zoeken naar een nieuwe plek; een kilometer verderop kunnen we terecht bij twee lieve muzikale zussen (de ouders zijn een weekend weg en de zussen passen op oma). Er staan vier grote Percherons in de wei, en wij pikken de stallen in en zetten de tent op. We krijgen een mooie lift naar de stad om boodschappen te doen en dezelfde dame van de lift zit die avond weer bij de zussen om te kaarten. Kleine wereld...
Ardenais - Grammont
We doen ons best om de stal schoon te maken, maar mijn hemel, wat poepen die paarden veel! We trekken door een soort parkachtig, engels landschap, met veel heggen en zandpaden, en vinden tussen de middag een mooie wei en een kopje koffie bij een vriendelijke vrouw met zoontjes.
Na 3 uur lopen staan we aan de poort van de haras Grammont, een tip van de zussen. Het is een beetje vreemd - een half verbouwd kasteel, verwilderde gronden maar ook hele mooie weides en veel paarden. En geen mensen... Met veel gebel en geroep vinden we een motorman die zegt dat de baas zo komt. Dus wachten wij, en vertrekt hij (na nogmaals de baas te hebben geroepen). Omdat Truska niet veel verder mag, en de paarden moeten eten, besluiten we 1,5 uur te wachten. Drie minuten voordat we weg willen komt onze motorman weer terug; "Is de baas nog steeds niet langs geweest?". Nee, niemand gezien. Ineens klapt er boven een raam dicht en blijkt de baas gewoon boven te hebben liggen slapen...
En dan gaat het snel; de paarden mogen op de renbaan, en wij kunnen de tent opzetten. Even later mogen we op het kasteel douchen en kunnen we er ook eten. Zo horen we ook meer over de haras; het is een particuliere draverstal waar ze fokken, trainen, racen en verkopen. Zo loopt er ineens een mooie hengst aan lange lijnen langs onze Norikers. Zowel hengst als dames Noriker gaan compleet uit hun dak; motorman - die aan de leidsels van de hengst hangt - wordt finaal door het bos getrokken (hij kijkt niet blij) en onze dames galopperen en draven over de renbaan. We wisten niet dat ze dit in zich hadden; jammer dat we geen camera paraat hadden!
Grammont - Pointe Maziére
We gaan 's ochtends eerst maar boodschappen doen (het is pinksteren - de winkels in de dorpen zijn dicht) en koffie drinken in Chateaumeillant en kunnen meeliften met de vrachtwagen van de haras. We komen voor het eerst in twee maanden een Telegraaf tegen. Het dorp heeft helaas geen terras maar dat gebrek wordt goedgemaakt door Xander en zijn pa; lekker even Nederlands praten.
We vertrekken pas later op de middag - als het al wat koeler is; het is eindelijk mooi weer! - en belanden op het bitterballenpad. Huh?! Even later is alles duidelijk; een terras vol Hollanders met een gezellig bittergarnituurtje en mensen die ons herkennen uit kranten en bladen. Zo staan we midden op de weg lekker vlammetjes te kanen, voor het eerst in maanden. Onze dank is groot!
In het op de kaart uitgekozen dorp - 3,5 uur lopen verder - vinden we geen hulp bij het zoeken van een overnachtingsplek. We lopen dus door naar het volgende dorp, maar halverwege stopt een auto en weet de chauffeur een plek bij een waterreservoir, met voldoende gras. Het is een mooie plek; visvijver met dijkje en een stroompje door lagergelegen grasland. We zetten alles af met onze touwen en banden en zetten de tent op. De paarden zijn eerst heel tevreden, maar dan begint het grote geloop. Onze paarden lopen altijd veel op de wei, maar hier worden wij er gestoord van. Het lagergelegen deel is zompig en nat; ze komen er niet graag. Ze blijven dus maar heen en weer lopen over die dijk, de hele nacht door...
Pointe Maziére - Bétête
's Ochtends is ons drinkwater op; we stoppen dus bij de eerste huizen en daar blijkt een chambres d'hote (bed & breakfast) te liggen. Hadden ze ons wel eerder kunnen zeggen.
We rijden door naar Vijon (ondertussen wordt Truska zo'n één uur per dag gereden; de rest loopt ze ruiterloos), waar zomaar een terras staat - erg zeldzaam in deze contreien. We kunnen er ook nog boodschappen doen en om telefoonnummers van hoefsmeden vragen. Roos d'r ijzer zit een beetje los. De barvrouw regelt dat een bevriende hoefsmid komt; 10 minuten later staat hij al voor onze neus! We zitten nog koffie te drinken op het terras, met drie paarden aan ons tafeltje.
We lopen naar zijn huis, waar zowel Roos als Liesa's loszittende ijzers worden vastgezet. We krijgen een uitgebreide lunch voorgeschoteld door twee bijzondere mensen in hun mooie, zelfopgeknapte huis. Daar willen wij ook wel wonen! En we mogen niks betalen...
We gaan door naar Bétête, waar we weer van de weg worden geplukt. Dit keer door twee engelssprekende vrouwen die ons een plek aanbieden op hun stal, omdat het centre equestre waar we heen wilden dicht is. We slaan af en komen bij een geweldig huis met stallen en weides, heel veel beesten en een logeerkamer voor ons. We keuren de stallen af, omdat één paard apart zou moeten staan en dat wordt stennis, weten we. Geen probleem, er wordt een paddock gecreëerd waarbij de paarden de stallen in en uit kunnen lopen, maar ze mogen eerst nog even op de wei.
Wij krijgen de poubelle te leen (een heel oud, vies autootje - maar hij rijdt prima!) en rijden naar Boussac voor pizza. Thuis drinken we nog een drankje met onze gastvrouw en -heer. Ze hebben net als Margriet in Kameroen gezeten, maar zij hebben er 10 jaar gewoond en een nomadenstam geholpen met medische voorzieningen en projecten voor de dieren. Weer bijzondere mensen!
Bétête - Bourg-d'Hem
Onze gastvrouw rijdt een stukje met ons mee om de zachte paden te wijzen. We zitten nog nauwelijks op het asfalt als blijkt dat Liesa haar ijzer kwijt is. Een auto komt het ding nabrengen. We stoppen meteen op een weitje om een hoefsmid te bellen, maar hebben helaas geen ontvangst op de mobiele telefoon. Door naar het eerste dorp, dus, waar niemand is. Uitgestorven, zelfs de mairie is dicht. Jeannette past op de paarden en Margriet gaat op onderzoek uit. Na enig zoeken vindt ze een dame die haar naar de burgemeester brengt. Even later staan de paarden vredig op een wei met twee koeien - ook voor het eerst. Wij eten mee met madame Lemort, kleindochters en hulp. Wat eten die fransen veel tussen de middag! We mogen weer eens een auto lenen en rijden naar het dorp om te bellen. Ondertussen brengt de burgemeester het telefoonnummer van een in trekpaarden gespecialiseerde hoefsmid. Als we terugkomen staat er een vrachtwagen waarmee we mee kunnen rijden naar onze eindbestemming van deze dag; op de camping in Bourg-d'Hem staat de volgende zak voer klaar.
De paarden worden in- en even later weer uitgeladen; ze lopen tevreden langs het strand van de Creuse. Wij zetten ons tentje op en hebben het prima op het terras van het eettentje. Alles is goed tot we gaan slapen; de paarden beginnen weer te lopen en lopen ook door de heg heen... Omdat ze veel te onrustig zijn op dit terrein besluiten we voor het eerst onze picketline te gebruiken. Zodra Roos vaststaat gaan Liesa en Truska ontspannen staan dutten; ook Roos is eindelijk rustig.
09-06-2006 |
Auteur: admin | Categorie: Algemeen
10. Nog altijd in St Amand - Truska is ziek!
St Amand Montrond - Périgeux/Bergerac, 26 mei, dag 57
We vertrekken vroeg met tien zakken voer in een Fiesta en eten ons ontbijtje in de auto. We mogen onze eerste zak voer achter laten bij een chique hotel, en de paarden kunnen dan in de tuin. Enige probleem is dat wij dan een kamer moeten nemen à ¤ 90 per nacht en dat vinden we teveel. We vinden een mooie plek voor het voer bij een camping langs de Cher; de paarden mogen er straks los lopen.
Op weg naar de volgende plek krijgen we nog even een cadeautje; er staat een ree in de wei die we een tijdje ongestoord kunnen bespieden. Jeannette baalt dat haar verrekijker thuis ligt. De tweede zak voer ligt nu bij een poney-club waar ze zowaar de Norikers kennen. De eigenaresse fokt haflingers en heeft zo ooit ook twee Norikers gekocht en doorverkocht.
De laatste acht zakken voer laten we achter bij het huis van een kennis van onze manege. Mooi huis! We kijken verlangend naar het zwembad - het is ondertussen 30° - maar moeten terug. We hebben weer drie mooie plekken voor ons voer gevonden en kijken er naar uit om straks op elke plek een dagje te blijven...
We vinden goedkope maar lekkere salades in een supermarkt en picnic'en langs de weg. Het is al 11 uur als we aankomen en alles is donker. Toch zitten we nog een uur met een wijntje in de volière; om 12 uur is Jeannette jarig!
St Amand - Le Tronçais
Jarige Jeannette vindt drop en een kaartje van Dominique in haar slaapzak. Ze krijgt zelfs nog verjaardagsbezoek; Richard komt om kennis te maken en te bespreken of hij een stuk met ons meerijdt. Tot hij komt vermaken we ons met een boswandeling in le Tronçais en kijken met bewondering naar hele oude, dikke eikenbomen. Domper op de feestvreugde is het gebrek aan taart - we mogen geen taart bij de koffie in het restaurant (moet je voor lunchen; rare jongens, die fransen) en de supermarkt heeft alleen ijsjes. Ook goed.
Richard gaat mee op een buitenritje langs het kanaal en door de heuvels. De paarden hebben er zin in na twee dagen rust. Alleen zweet Truska zo sterk... We stappen af bij een steile afdaling en blijven stappen omdat ze zo nat is en blijft. En haar billen zijn puntiger dan anders; er blijft zelfs water in staan.
Terug op stal halen we meteen de eigenaar erbij. We besluiten om haar een spierontspannende injectie te laten geven; haar achterhand is strak gespannen. Op de wei plast ze ineens rood, gaat plat liggen maar staat even later weer op en kijkt naar haar buik. Hmm. Tekenen van maandagziekte en koliek... De dierenarts wordt erbij geroepen.
Even later staat Truska aan het infuus, met Liesa en Roos aan haar zijde om haar rustig te houden. Ze wordt behandeld voor maandagziekte (spierbevangenheid) en / of piroplasmose (een eencellige parasiet die in de rode bloedlichaampjes gaat zitten - komt voor in het zuiden van Frankrijk en wordt overgedragen door teken) met als bijwerking koliek. Bloedonderzoek - op maandag pas mogelijk - moet uitwijzen wat ze heeft. Het is een ziek paard dat daar staat, en ze krijgt een behoorlijke stoot medicijnen te verwerken; infuus met electrolyten en spierontspanner, cortison tegen de koorts, een inenting tegen piroplasmose en een middel tegen de koliek die een bijwerking is van het middel tegen piroplasmose, een pijnstiller / slaapmiddel... Je wordt een beetje naar van de gedachte aan al die chemicaliën in dat zieke lichaam.
We kunnen alles tegen tien uur weer op de wei zetten, inclusief een wankelende Truska, en halen dan pizza en wijn. Om het half uur gaan we even naar Truska kijken. Een keer ligt ze druipend van het zweet plat in het gras; gelukkig kan ze uit zichzelf nog opstaan. Andere keren staat ze half nat, half droog wat gras te eten.
Wat een verjaardag voor Jeannette, en kennismaking met ons voor Richard...
St Amand
Om zes uur drinkt Truska eindelijk uit een emmer. Richard, die is blijven slapen, helpt Jeannette de huurauto terug te brengen en Margriet wacht op de dierenarts. Truska krijgt opnieuw een infuus en er wordt bloed afgenomen voor onderzoek, maar ze is duidelijk aan de beterende hand.
Richard moet terug naar huis en we overleggen over onze plannen om samen te reizen. Helaas kunnen wij niet zo heel goed zeggen hoe we verder gaan; eerst maar eens zien hoe het met Truska verder gaat.
We liften naar de stad en terug voor internet en boodschappen en gaan tien minuten met Truska en de andere dames wandelen, zoals opgelegd door de direnarts. De dierenarts komt met de uitslag van het bloedonderzoek; alles wijst er op dat ze maandagziekte heeft gehad, en goed ook. De dierenarts meldt dat we geluk hebben gehad dat wij en hij er snel bij waren; ze had er aan dood kunnen gaan.
Daarna crashen we op bed - de vermoeidheid en angst van de vorige avond komen er uit. Om negen uur slepen we ons uit bed om uiensoep met kaas en brood te eten. Daarna duiken we er snel weer in.
St Amand
Dit keer moeten we een half uur met Truska wandelen, in het kader van een rustige opbouw. Ze zal wel flink spierpijn hebben; je merkt dat ze net niet helemaal goed loopt doordat ze haar ijzers weer aantikt.
Daarna wandelen we door naar St Amand om een stempel voor onze pelgrimspas te halen en het internet op te gaan. We weten nu meer over de mysterieuze maandagziekte. Om te beginnen dat we alle mogelijke voorzorgmaatregelen hebben genomen om het te voorkomen: het werk is netjes afgebouwd en weer opgebouwd - zo heeft ze voor de stop drie dagen 10 tot 15 kilometer gelopen, zonder ruiter. Het toch al niet overmatige voer is afgebouwd; ze liep op de wei en stond niet in een box.
Waarom kreeg ze het dan toch (en Liesa en Roos niet)? Koudbloeden krijgen bijna nooit maandagziekte, maar paarden op lange afstandritten hebben een verhoogde kans. En ze had een infectie, die behandeld is met een tetanus-injectie en een antibioticum. Dat geeft weer een verhoogde kans op maandagziekte. Een echte verklaring hebben we niet, en de dierenarts ook niet. Er bestaat echter ook een atypische maandagziekte, die in Frankrijk nu 17 slachtoffers heeft gemaakt (de meeste paarden gaan er aan dood); het treft alleen paarden die op de wei staan - en die dus niet aan het werk zijn! Dat geeft weer speculaties over selenium-gehaltes, beschimmelde planten, enzovoort. Wie het weet mag het zeggen. Truska leeft nog, doet het weer goed en dat is het enige belangrijke.
We liften terug met één van de meiden in opleiding bij ons ruitercentrum; ze wordt springinstructrice en vertelt daar heel enthousiast over. We eten zware kost - aardappels, spek, champignons, ui, kaas en komkommersla. Mag wel met dit veel te koude weer; de mensen hier klagen over het natte, koude voorjaar. Voor onze paarden is het niet zo erg, maar wij kunnen tijdens deze stop wel wat zon gebruiken...
St Amand
Er zijn allerlei activiteiten bij de Deugeuts de komende tijd, en onze paarden staan op de plek waar straks een springconcours is. We zetten ze een stukje verderop in een andere wei, nadat we eerst een uur met ze hebben gelopen. Truska houdt het goed vol.
Na de koffie lopen we naar de stad - weer dat kanaal van Berry - en komen onze eerste echte mede-pelgrim tegen! Met ezeltje en zoon. We kunnen ons troosten; hij doet maar 15 kilometer per dag, en ook de ezel heeft ijzers nodig vanwege al dat asfalt.
Gratis internet gevonden; dat scheelt! We werken de site bij, sturen eindelijk weer eens wat mails maar moeten al snel door naar onze volgende afspraak: de kapper! Iedereen die Jeannette kent schrikt nu, maar het is echt waar: we zijn geknipt voor deze reis. Hier zijn geen foto's van beschikbaar.
We liften met boodschappen terug, duwen Truska nog wat electrolyten door de strot (ze vindt het spul niet lekker, zelfs met brok), koken en duiken vroeg ons bed in.
31-05-2006 |
Auteur: admin | Categorie: Algemeen
9. Kastelen, boer en internationaal springruiter verder
Sichamps - Cours-les-Barres, 21 mei, dag 52
Uitgezwaaid door Alexandra, Paul en Jean-Claude Cornelius (de ardennerman) vertrekken we om de Loire over te steken. We willen per se de brug in Fouchambault halen; die is morgen - maandag - heel druk. We hebben een goed aarden pad door het bos en Jean-Claude komt ons achterna en kan brood voor ons kopen...
Eindelijk pakken we weer een stukje pelgrimspad maar wij willen niet naar Nevers en buigen eerder af richting rivier, drukke weg, heuvel en Loire. Het is een lang en saai stuk naar de brug, en dan besluiten we door te gaan naar het Centre Equestre in Cours-les-Barres. Vlak daarvoor worden we aangesproken door een boer, die ons wei en bed biedt. In ruil daarvoor warmen we zijn uiensoep op en eten we zijn salade. Het was een lange dag; meer dan 30 kilometer afgelegd!
Cours-les-Barres - Grossouvres
We verslapen ons (zelfs Margriet) en worden om half negen pas wakker. Het wordt dus een late start. Noodgedwongen trekken we lover asfalt langs het bos naar het zuiden; het is privébos en er zijn dus geen paden in de juiste richting. Ook door het bos moeten we grotendeels over asfalt; daar gaan de ijzers...
Vlak voor Grossouvres staat een bord; gite au chateau. Lijkt ons een goed plan, om daar te overnachten. De paarden mogen los in de kasteeltuin, en het echtpaar Cheveau - echt waar - heeft een lekker appartementje voor ons, met wijn en lekkere hapjes. We bekijken het kasteel nog - wordt grondig gerenoveerd door de gastheer himself.
Grossouvres - Jouy
Truska heeft een heel dik bovenbeen; dagen terug, op de camping in Brèves, heeft ze een wondje opgelopen. Het blijkt een diepere wond dan gedacht; de betadine heeft niet kunnen voorkomen dat de boel nu ontstoken is. Gelukkig heeft Alexandra biotex meegenomen; we maken de wond daarmee weer open zodat de pus eruit kan. Omdat lopen goed voor haar is, besluiten we toch te vertrekken; de andere paarden dragen haar bepakking en we lopen rustig naar Sancoins, waar de dierenarts haar een tetanusinjectie en antibioticum geeft. We mogen daarna niet veel verder met haar lopen!
Drie kilometer verderop mogen we niet slapen op het adres dat ons aangeraden is door de dierenarts; de boer is niet thuis en zijn vrouw durft de verantwoordelijkheid niet te nemen. Balen! We lopen door en vragen mensen verderop om hulp. Zij sturen ons naar het voormalige driesterren-hotel met golfbaan en zwembad aan de overkant. Het staat leeg; er is geen mens om toestemming aan te vragen voor verblijf. Zo kraken wij ons eerste kasteel (met donjon uit de 12de eeuw).
De paarden zijn verschrikkelijk gelukkig in de kasteeltuinen - ze vinden allerlei lekkere hapjes. Het gras op de golfbaan lusten ze niet (snobs), maar er groeien allerlei kruiden waar ze de voorkeur aan geven. De volgende dag draaien ze goede, stevige drollen... Letten we altijd een beetje op, in verband met koliek.
Het restaurant wordt onze slaapplek - het kraakt er 's nachts behoorlijk. Toch spoken?
Jouy - Vernais, 24 mei, dag 55
We willen graag douchen, en we hebben het water in het hotel opgemaakt. Truska's been is al wat beter, en ze loopt goed over het asfalt (op het graspad langs het kanaal du Berry loopt ze wat langzamer). Door dus.
In Neuilly-en-Dun is de supermarkt woensdags dicht; gelukkig stopt er een mobiele slager naast het park waar we met de paarden lunchen. We kunnen daardoor 's avonds lekker quiche, aardappeltaartjes en verse groente eten.
Maar eerst door naar Vernais, waar een gite zit. Helaas zit die vol. De eigenaar stopt Margriet in een auto (Jeannette heeft drie duttende paarden op straat) en rijdt naar de burgemeester. Die regelt àlles; de paarden op een weitje, met hooi van de konijnen, en wij in de salle de fêtes, met pastis, wijn, brood en melk vers van zijn eigen koeien. Heerlijk!
Vernais - Saint-Amand-Montrond (Le Gateau)
Weer een kippeneindje afgelegd, in verband met Truska's been. Het ziet er al veel beter uit, mede dankzij de antibioticum-injecties die we hebben leren geven. De eerste prik geven is even eng, maar het gaat makkelijker dan gedacht. Weer wat geleerd.
We lopen verder langs het kanaal van Berry naar Charenton-sur-iets, voor boodschapjes, en gaan door naar le Gateau, waar weer voer staat voor de paarden, waar de hoefsmid op ons wacht, en we de paarden even rust willen geven. We zoeken daar een auto om zelf voer verder naar het zuiden te brengen, met hulp van de eigenaresse.
Het Centre Equestre is een groot complex, waar zowel paard als mens wordt opgeleid; dekstation, opfok, training van springpaarden (kent iemand nog dhr Deuguet, deed mee aan de Olympische Spelen in München, 1972?), opleiding van instructeurs, en gewoon poney-club. 120 paarden... En er staan veel springtoestellen. Onze paarden gebruiken ze om hun kont te schuren.
8. Eindelijk: Vézelay!
Héry - Quenne (Auxerre), 12 mei, dag 43
Om 9 uur 's ochtends staat ineens al de smid op de stoep - een andere dan we gedacht hadden, maar dat geeft niet. We zijn al blij dat er zo snel iemand kan komen! Liesa's achterijzers worden vervangen, en dan moet de smid snel weer door. Na die ochtend nog wat werk te hebben verzet, trekken we die middag verder, na een stevige lunch van Jura-worst en linzen en een hartelijk afscheid van onze gastvrouw en zoontje.
We rijden bos in, bos uit; heuvel op en af. Halverwege is het sluipdoor - kruipdoor omdat het pad ophoudt; we komen uit bij een véél te drukke weg die we zo snel mogelijk aflopen. We proberen een overnachting te regelen bij een agrarische school; dat lukt niet, maar verderop staan mannen op straat die ons aan een tandeloos boertje helpen. Hij regelt wei, feestzaal, borrel in zijn keldercafé én de volgende ochtend worden we gewekt met vers brood!
Quenne - Bessy-sur-Cure
Ons boertje rijdt ook nog even langs het eerste stuk van de route, en dan gaan we op pad. We rijden weer langs mooie dorpen (zoals Irancy, prachtig in een dal weggestopt), maar er is geen bank in zicht... We zitten weer even op de pelgrimsroute! We eindigen onze dag met een prachtig stuk bos langs de Cure. Ondertussen zijn we wel erg nat geregend, en koud, en kiezen voor een hotel in Arcy-sur-Cure in plaats van de schuur... De paarden staan lekker op de wei, met hooi.
Bessy-sur-Cure - Vézelay en retour, 14 mei, dag 45
We verhuizen 's ochtends naar de gite in Bessy, dichterbij de paarden, en liften daarna in een ruk naar Vézelay, een van de vier traditionele verzamelplaatsen voor pelgrims in Frankrijk. Ons eerste bedevaartsoord in Frankrijk - er liggen relikwieën van Maria Magdalena in de basiliek. Een mooi oud plaatsje bovenop een 'heilige' heuvel, met maar 500 inwoners... We halen onze stempel bij het pelgrimsinfocenter en zoeken Maria Magdalena op.
We hebben ons voorgenomen die dag gewoon te genieten - en doen dat dan ook door lekker te eten en te drinken en in de zon te zitten. In Vézelay zijn geeft wel een bijzonder gevoel - je staat stil bij de achtergrond van je reis. Waarom doen we dit eigenlijk? Het is moeilijk om te omschrijven wat je voelt op zo'n dag in Vézelay...
We krijgen weer eens een lift tot de voordeur (toch bijzonder dat mensen daarvoor de moeite nemen), koken ons potje en gaan vol van Vézelay naar bed.
Bessy-sur-Cure - Auxerre en retour
Helaas moeten we vandaag aan het werk: een computer zoeken om foto's te versturen! We krijgen een lift die ons naar Auxerre brengt (30 km terug); in deze stad moeten we toch wel een pc kunnen vinden?! Eerst maar naar de toeristeninformatie; gesloten op maandag. Bibliotheek; ook gesloten. Internetcafé; komt zijn belofte op het raam niet na en opent niet. Dan een school of het gemeentehuis; lukt ook niet. Hotels en restaurants; een paar geprobeerd en ze sturen ons naar het gesloten internetcafé. Het postkantoor; ook niet. De universiteit; werkt niet mee. Ondertussen is het 10 voor 5 en lopen we terug richting liftplaats. En daar staat een kantorencomplex. Bij de derde bel krijgen we antwoord en is het raak; we mogen één van hun hun pc's gebruiken, en omdat ze enkele uren na kantoortijd met ons zoet zijn geweest (want het versturen van foto's viel weer tegen); héél veel dank aan Yonne Development!
Bessy-sur-Cure - Montillot
De dag begint goed; er staat een ree in het allereerste veld waar we langsrijden! Die dag zien we nog een ree en drie slangen (eentje platgereden, maar twee toch echt erg levend). We hebben een hele mooie route tot het bospad uitpietert. We zoeken onze weg door struikgewas en Liesa - vandaag pakpaard - loopt zich een beetje vast, schrikt, gaat er vandoor tot ze beseft dat de rest niet volgt en komt dan snel terug. Ze heeft het nieuwe bospad gevonden! Even later ontdekken we dat Liesa een voorijzer kwijt is...
Dus niet door naar het zuid-westen, maar naar het dichtstbijzijnde paardencentrum om een hoefsmid te regelen! Dat ligt in Montillot, naar het oosten. Daar helpen ze ons aan nummers en bij de tweede is het raak; we liggen op zijn route en hij kan morgen langskomen...
De tent staat ondertussen, de paarden staan op een wei met veel extra hooi, en wij kunnen naar het café in het dorp (het is al een klein wonder dat er één is; er is ook nog een bakker en een supermarkt)!
Montillot - Brèves
We genieten nog even van café (voor koffie) en supermarkt en pakken alles vast in voor vertrek na komst van de hoefsmid rond 12.30 uur. Het is een erg goede hoefsmid, die meteen beide voorbenen beslaat met endurance ijzers (helaas zonder mordacs - hij heeft daarvoor electriciteit nodig en dat kunnen we niet vinden).
We kunnen weer door; omdat we laat vertrekken kiezen we als doel Brèves uit; heeft een camping waar we Alexandra (vriendin, van de manege) en Paul kunnen ontvangen.
We vinden prachtige oude 'wegen', nu bospaden, door mooie eikenbossen heen, en zitten af en toe op de pelgrimsroute. Truska leidt ons vanuit een akker naar een koel, donker pad dat we zelf niet konden vinden!
De camping is dicht, dus op zoek naar de loco-burgemeester. Haar man geeft ons toestemming om alvast de tent op te zetten en even later is ook de poort open en lopen er 3 paarden los over het kampeerterrein. Een uur later arriveren onze gasten na een 11-urige rit vanuit Groesbeek. Ze hebben vanaf Reims ongeveer onze route gevolgd en hebben in totaal 760 kilometer gereden (leuk om te weten; we kunnen zelf alleen maar schatten hoeveel kilometers we af hebben gelegd). Het wordt laat voor we allemaal op ons matje liggen.
Brèves - Chevannes-Changy, 18 mei, dag 49
Alexandra rijdt vandaag met ons mee, en Paul vervoert de bagage! We kunnen daardoor lekker draven langs de rivier. Daarna duiken we het bos in. Niet zo'n groot succes; het pad is behoorlijk moeilijk te vinden, omdat het niet onderhouden is. Veel takken en omweggetjes later duiken we uit het bos en blijkt het aardig hard te regenen. Gelukkig komt Paul langs met lunch en droge jassen (wat een verwennerij!).
Verder langs rivieren en een stuwmeertje naar Chevannes-Changy, waar volgens de kaart een gite ligt. Helaas blijkt die allang opgedoekt te zijn... In de bar-tabac moeten we om hulp vragen. Een van de kaartspelers biedt zijn wei aan voor paarden en tent - en zou ook zijn huis hebben aangeboden als hij niet aan het verbouwen was geweest. We willen douchen (kon niet op de eigenlijk gesloten camping van de vorige avond) en kunnen terecht bij een voormalig hotel, nu chambres d'hote, in Brinon. We besluiten echt luxe te doen en uit eten te gaan: 20 kilometer verderop zit het dichtstbijzijnde restaurant...
Chevannes-Changy - Sichamps
Ook vandaag rijdt Alexandra mee en verzorgt Paul (oeps, vergeten, met Beau de hond) de catering. Het rijdt lekker vlot via kleine wegen richting bos. Roos is alleen niet zo blij met de wapperende vuilniszakken die als vogelverschrikkers dienen in de akkers.
Tussen de middag zetten we een stuk pad af als weiland en zitten we luxe op kampeerstoelen en in de achterbak van de auto! Daarna gaat het door richting Sichamps, waar weer een zak voer ligt. We vinden een prachtig pad tussen drukke weg in de diepte en bosrand en zien twee reeën en drie edelherten.
In de buurt van Prémery moeten we eerst het asfalt op en even later duiken we het bos in. Op de hoek voor het bos staan een paar mooie Ardenners. Ineens stopt er een auto; de eigenaar van de Ardenners waarschuwt ons voor de bospaden en raadt ons aan om de resterende 5 kilometer af te leggen in de berm. We zijn wel even onder de indruk van de waarschuwing maar kiezen toch voor het bos... En dat komt helemaal goed. We komen mooi bij Sichamps het bos uit, en daar staat dezelfde man ons op te wachten! Hij blijkt degene te zijn waar de zak voer staat... Hadden we even niet begrepen, maar we krijgen een compliment voor het navigeren door het bos.
En dan staan de paarden op de wei, zetten wij onze tentjes op in de tuin en zitten we even later met de familie aan tafel. Na veel drank en vooral veel heerlijk eten rollen we tonrond de tent in.
20-05-2006 |
Auteur: admin | Categorie: Héry - Sichamps